In Memoriam: Bert van de Kamp (1947-2020)
Mijn grootste fan
door
maar we zouden niet vergeten dat we hebben gelachen, gelachen hebben we veel en dat zal ik niet vergeten want we hebben gelachen en veel hè? en dat zullen we nooit vergeten omdat we zoveel gelachen hebben en dat niet vergeten gvd wat hebben we gelachen en niet en nooit vergeten dat we zo hebben gelachen omdat we samen waren en zoveel gelachen hebben dat we het nooit zullen vergeten Bert Schierbeek

Hebben schakers ook fans? Jazeker! Al vanaf mijn tienerjaren kreeg ik na ieder succesvol toernooi een felicitatiekaart van een oom, ondertekend met “Fanclub Wageningen”, een traditie die hij tot het eind van mijn carrière volhield. Mijn oom hield veel van ironie en natuurlijk had de hele onderneming daarom sterk het karakter van een grapje, maar een stevige fundering van welgemeend enthousiasme lag er toch nadrukkelijk onder.
Een heel ander soort fan was de vijftienjarige jongen uit Brabant die me brieven begon te sturen toen ik een jaar of zevenentwintig was. Dit was écht een fan, die alles prachtig vond wat ik deed en door dik en dun achter me stond. Tijdens het OHRA-toernooi 1983 in Arnhem en Amsterdam werd hij zelfs bordenjongen en perskamer-assistent om maar zoveel mogelijk in mijn buurt te kunnen zijn. Zijn trouwe bewondering stimuleerde me enorm in dit toernooi en ik behaalde er – op een haar na – een van de grootste successen uit mijn loopbaan.
Weer heel anders was het met mijn (toen nog toekomstige) schoonvader, Carel van Parreren. Zijn levendige enthousiasme, zowel voor het schaakspel zelf als voor mijn prestaties daarin, waren niet alleen plezierig en inspirerend, maar vergemakkelijkten bovendien mijn entree in zijn familie aanzienlijk.
En zo waren er nog wel een paar, waarbij ik mijn vrouw, wegens onvergelijkbaarheid met wie dan ook en omdat ik anders een heel boek nodig heb, maar buiten de ranglijst houd. Maar de grootste, de dierbaarste, de trouwste en degene die ook ná mijn actieve schakerstijd een van mijn beste vrienden bleef was Bert.

Bert van de Kamp was negen jaar ouder én veel beroemder dan ik toen we elkaar voor het eerst ontmoetten. Dat laatste wist ik toen nog niet en het was ook niet aan hem te merken. Pas later drong het langzaam tot me door hoe torenhoog zijn status als popjournalist was, maar zelf was hij daar altijd nuchter en vooral bescheiden over. Bescheiden was ook hoe hij zich opstelde op mijn terrein, dat van het schaakspel. Hij hield van het schaken op een manier die voor mij altijd die van de ideale amateur is geweest: enthousiast, leergierig en met een warme belangstelling voor de mens achter de schaker. Dat laatste kenmerkte ook zijn interviewstijl en was trouwens ongetwijfeld het geheim van zijn succes als popjournalist, in combinatie natuurlijk met een enorme vakkennis én een kritische geest.

Het was 1978 en we waren nog jong. Samen met twee vrienden/collega-schakers belde ik op een augustusavond aan bij een huis in Londen. Eén van ons, Frans Borm, had geregeld dat wij voor de duur van het Lloyds Bank toernooi konden overnachten bij een echtpaar dat hij kende en dat voor hun werk tijdelijk in Londen woonde, Bert en Invy van de Kamp. Ik verwachtte (en was allang blij met) niet meer dan een bed voor de nacht, want veel geld hadden we niet en wat mag je van wildvreemden méér verwachten? Maar hieruit blijkt wel dat ik Bert en Invy toen inderdaad nog niet kende. Het werd een week van een in mijn schakersleven misschien wel nooit meer geëvenaarde gezelligheid, solidariteit en plezier, waarin het ons werkelijk aan niets ontbrak, behalve – o ironie – aan een bed. Bert en Invy woonden piepklein, dus voor slapers was er enkel de vloer en één slaapbank. Per dag werd er gekeken wie van ons er het beste voorstond in het toernooi en die kreeg dan de bank. Ja, het was 1978 en we waren nog jong. De – geheel door Bert en Invy gecreëerde – sfeer in dit toernooi was zo goed dat ik naar grote hoogten werd opgetild en de IM-norm die ik hier behaalde was voor mij een schitterende bekroning van een onvergetelijke tijd.
Hetzelfde feest herhaalde zich trouwens een half jaar later nog een keer, al was toen, voor mij althans, het toernooi geen succes, misschien omdat ik toen geen IM-normen meer nodig had.

Zo begon het. Daarna bleven we elkaar opzoeken, in Amsterdam uiteraard, maar heel vaak ook bij toernooien waar ik aan meedeed. Bert kwam dan kijken, juichte me toe als het goed ging, troostte me als het niet goed ging en altijd weer wist hij die vertrouwde gezelligheid te creëren als we na afloop samen gingen eten (en drinken!). Ook Invy was daar heel vaak bij en die spreidde dan haar talent ten toon om zonder de feestvreugde ook maar enigszins te verminderen (integendeel!) ervoor te zorgen dat Bert weer heelhuids thuiskwam.

Ach, Bert, waar zijn we niet allemaal samen wezen slempen in de loop der jaren? In Wijk aan Zee natuurlijk, Antwerpen herinner ik me nog levendig, Eindhoven, Amsterdam, en ja, waar niet eigenlijk? De meest verrassende was die keer in Londen in 1980. Bert en Invy woonden inmiddels weer in Amsterdam, maar toch stond hij daar op een dag totaal onverwacht voor mijn neus, of eigenlijk achter de rug van mijn tegenstander. Even in Londen voor een paar interviews met popsterren, had hij toch nog de tijd gevonden om mij op te zoeken. Natuurlijk wisten we een Indiaas restaurant te vinden om dat te vieren.
Later, en dan bedoel ik vooral na mijn schaaktijd, waren het de (talloze) bezoekjes aan jullie onverminderd gastvrije huis in Den Bosch, eerst in de Seringenstraat en later in de Torenstraat, die onze vriendschap continueerden en o ja, we zijn natuurlijk ook nog met z’n vieren naar Venetië geweest in 2006. Het hield gewoon nooit op en dat is ook precies waarom ik Bert een van mijn beste vrienden noem.

Bert, veel van mijn mooiste herinneringen zullen met jou verweven blijven. Ik snap dat je er niet meer bent en tegelijkertijd snap ik er niets van. Misschien gaat het altijd zo. Je bouwt een verhaal over iemand op in je hoofd, hetzij uit één enkele ontmoeting, hetzij uit honderden, en dat verhaal is wat blijft. Ook als het ophoudt.

  1. Francis Lessmann

    Francis Lessmann zei op :

    Een mooi en roerend verhaal Paul!

Reactie achterlaten