1911-2018
De professor
door
Onze oudste vriend ooit!

Hij zag er vermoeid uit en werd overvallen door nare hoestbuien; “Hoe lang nog”, dacht ik toen en na een half uurtje nam ik afscheid met de woorden: “Tot ziens, Professor.  Is het niet hier, dan toch zeker daar waar het hier het hiervoormaals is” en hij knikte terwijl ik vervolgde: “Daar zullen ze ook wel schaakspellen hebben en dan spelen we daar nog wel eens een mooie partij”. Meteen straalde vanaf zijn gelaat een olijke blik en sprak ad rem “Ach, dan zal er niet zoveel meer aan zijn; want als we daar toch allemaal volmaakt zijn wordt elke partij remise” en nadat we elkaar nog even lachend aankeken vertrok ik weer; voor de zoveelste keer; dat was, zo ongeveer, een jaar geleden.

Maar de Professor knapte op; genoot van de voorjaarszon en we dronken regelmatig een kop koffie; hij cappuccino, ik zwart zonder suiker en een enkele keer haalden ik bitterballen. Net voor kerst genoot hij van een overheerlijke Clairette de Die.  Tradition, een klein beetje zoet; geurend naar de eerste bergen en omdat er toch maar weinig alcohol (7  1/2 %)  in zat nam hij een tweede glas.

Afgelopen dinsdag bezochten wij, Maurice Aue en ik, de professor weer. Na een klop op de deur hoorden we een krachtig “Ja”, maar nadat we de deur open deden zagen we niemand; we liepen door en troffen onze oude vriend aan in de zijkamer, te bed en vermoeid.  ” Hoe gaat het, oude vriend”, vroeg één van ons. “Barslecht” zo klonk het antwoord  “Ik mag niet meer dan drie minuten per dag bezoek ontvangen” ging hij verder. Het ging zo snel, en ik vertelde hem nog dat ik vorige week zijn naam op de muur van Yad Vashem zag staan; even glinsterden zijn ogen; hij keek ons aan, maar toen gingen zijn ogen weer toe.

Eerst de hand van Maurice; daarna zocht mijn hand de zijne; ik aaide over de bovenkant, greep daarna zijn hand met mijn beide handen en kneep er zachtjes in; hij antwoordde en begreep. Verdrietig verlieten we de kamer; voor de laatste keer.

Niet zo lang geleden speelde ik nog een aardige partij met hem; toen.  Ja toen, toen hij, nadat ik goed kwam te staan en hij zich door goed verdedigen toch wist te ontworstelen en die gedenkwaardige woorden sprak: “Het is een wonder dat ik nog leef”

De partij werd remise.

Alsof we even in de hemel waren.

Waar Johan nu het wonder ervaart.

Willem

 

 

 

 

 

 

 

  1. Bart Stam

    Een mooi eerbetoon, Willem. En mooi dat je hem zo vaak heb bezocht. Ook ik heb warme herinneringen aan Johan van Hulst, hij was een uniek mens.

Reactie achterlaten