Over Willem Grünbauer

Willem Grünbauer
Nee, zal het nooit leren!
In herinnering
aan Maurice en Frans
door
Enkele pennenstreken

….Zes weken geleden…; zo sprak de stem aan gene zijde van de telefoon.

Overrompeld was ik. en verbijsterd, terwijl ik toch wel een vaag vermoeden had.

“Zes weken geleden”, zo dacht ik; “dat moet dan vóór Frans zijn” .

Hoe oud zal ik zelf zijn geweest; nog geen dertig of wellicht nét, maar in die jaren heb ik ze zien binnenkomen: Leo Oomens, Maurice Aué, en, even daarvoor, Frans Oranje en Pim, Pim Zonjee, stuk voor stuk markante schakers.  Nee, geen hoogvliegers, maar welzeker liefhebbers die jarenlang hun gezichten en schaakcapriolen op de dinsdagavonden hebben laten zien  en zoals het de mens vergaat; twee van hen zijn al een tijd niet meer onder ons.  Dat dan in de zomer van 2019 Caïssa nóg twee leden uit die reeds vervlogen tijd zou kunnen verliezen! Oh droevig lot!

Frans, altijd vriendelijk, een beetje verstrooid en een lange tijd waardige opvolger geweest van “meester” Eijgenbrood.  Bij onregelmatigheden een cynisch lachje en soms wat aparte humor.  Zo reden we eens in mijn oude eend naar één of andere wedstrijd.  Tegen de tocht had ik een klapraampje dichtgeplakt met plakband dat door een teisterende regenbui los dreigde te laten en Frans merkte daarover op dat “de verpakking losliet”,  suggererend dat we met een splinternieuw voertuig onderweg waren.  Pennenstreken, zomaar, opwellende herinneringen terwijl achter de ogen van Frans altijd de melancholiek schuilging; een paradijsherinnering uit de tijd dat hij geboren werd op het eiland Sumatra vermengt met zijn verblijf als kind in een zogenoemd Jappenkamp.

(Frans in de jaren ’80 als wedstrijdleider)

En dan Maurice die in de beginjaren op de club kwam vergezeld met ene Rijke wiens voornaam mij al lange tijd is ontschoten.  Maurice Aué, glimlachend, zo ongeveer alle vragen ontwijkend.  Zeker een stuk of vijf partijen uit die jaren blijken door mij tegen hem te zijn opgetekend, maar zoals altijd onnauwkeurig zodat ik ze niet meer weet na te spelen.  Later, héél veel later, kregen we een band, niet in de laatste plaats omdat we beiden “de professor” van en naar de club brachten; eerst nog naar het Oranjehuis, later het Afrikahuis en op ‘t laatst naar huize Lydia.  In die tijd ontdekte ik -bij Maurice moest je alles ontdekken-  dat Maurice  Joods leefde zonder dat hij mij vertelde dat hij Joods wás.  Het mysterie bleef als een aura om Aue hangen; we aten enkele keren een kosher broodje bij Sal Meijer en vanaf vrijdagavond kon ik hem niet meer bellen.

Nog niet zo lang geleden toefde ik in ‘t Ertsgebergte en snorde door het dorpje Aue terwijl ik regelmatig te Kassel langs een groot stadion kwam dat zijn naam draagt; soms waagde ik een poging en vroeg naar zijn wellicht Duitse “roots”, maar ook daar kwamen antwoorden op die deden denken aan Zimmerman’s hard rains a gonna fall.

Het was voor de zomer; eerst bezocht ik Frans te Ede en trof een oude, bejaarde man aan die net De Trouw van beneden had gehaald: “Die lees ik al mijn  hele leven” sprak hij nog opgewekt, hij en ik niet wetende dat het één van zijn laatste edities zou worden.

En diezelfde week belde ik Maurice; “Ja, het gaat niet zo goed met me” “Wat is er dan, ouwe reus”, vroeg ik  “Ja, dat hoor je nog wel” antwoordde hij, “daar kan ik nu niet over spreken” Ach, ik was eraan gewend.  En tot slot “Als  het wat beter met me gaat, gaan we meteen een broodje halen bij Meijer, ik betaal!”.

Het is er nooit van gekomen.  Wekenlang “tikte” ik zijn nummer en kreeg steeds die damesstem “Met Maurice, spreek u naam en nummer en en ik bel u zo spoedig mogelijk terug”.  Tot afgelopen dinsdag, toen een donkere mannenstem zich meldde met Aué.

Toch waagde ik een poging: “Met Maurice?” “Oh, je wil me vader zeker hebben” sprak de stem aan gene zijde “Die is dood!”

“Doo… Overleden?” vroeg ik stomverbaasd.

“Ja, dood, zes weken geleden” .

Opeens werd ik bevangen door een lichte duizel: “Gelijk een bloem” dacht ik, “Gelijk een bloem is ons kortstondig leven”  en Maurice, zoals hij leefde lijkt hij te zijn gestorven.

(Maurice *5706 – 5779* tijdens een zondagmiddag in de Lauerierboom)

 

Ook zijn heengaan blijft in ‘t mysterie gehuld.

Hoe fijn was het toch te schaken met die verstrooide Frans en wat een onnozele partijen speelde we met Maurice; zo kort geleden nog en thans, opeens, weg, verdwenen, weggewist achter de horizon van het broze bestaan.

Na zovele jaren; in één maand twee leden.

Droeftranen wellen op; geen woorden meer dan louter vaarwel.

Willem

Omdat Wim S. er naar vroeg.
Dieren, drie weken
door
Ome Willem die de eer van Caissa nog trachtte te redden.

Maar ook dat lukte niet helemaal, en dat nog wel vanwege een valsspeler…

Drie weken schuiven met de stukken te Dieren, vooral, uiteraard, met de paarden en in de eerste week was met mij als enige Caissiër Frans de Vreeze aanwezig; zelf werd ik tweede in mijn afdeling, Frans speelde een minder geslaagd toernooi in vergelijking met vorig jaar.

 

Frans in diepe gedachten…..

Edoch: in de tweede week voegde zich mede-Caissiër Dimitri Reinderman bij ons als de potentiële kanshebber van het open kampioenschap van de Lage Landen; het begon goed, maar dit jaar speelde Dimitri een ietwat ogenschijnlijk minder toernooi. Gelukkig bleef hij nog steeds wel zitting nemen in de eerste bordenrij, maar door onbekende oorzaken verdwaalde hij in de laatste ronde aan de geheel andere zijde dan we van hem gewend zijn.

Dimitri, hier aan bord twee, met links achter Jaap Vogel terwijl Roeland P. diepdenkend toekijkt.

 

Ook Frans had een mindere periode zoals uit de uitslag valt op te maken, dit in tegenstelling tot de vermaarde en de dit keer nagenoeg nietsontziende Manuel Bosboom.

 

 

 

De inmiddels Nestor van de kopgroep verwees menig jong talent terug naar de schaakschoolbankjes, inclusief de Nederlands kampioen Lucas van Foreest die overigens zijn verlies uiterst sportief in ontvangst nam.

 

Het werd mij vergund om bij de aanvang van de partij nog een leuk plaatje te schieten. De toen nog nietsvermoedende Lucas was er kennelijk niet op voorbereid dat Manuel een geheel andere opening begon te spelen dan wat er van hem verwacht werd. Trouwens, wie op zoek gaat naar de slotstelling van die partij ontwaart een waarlijk verbijsterende  schaakstellingsschoonheid met een schitterend door een dame gepende dame.

Toen de strijd begon…..

 

Trouwens, met betrekking tot Caissa: ook Kees Sterrenburg nam een weekje deel aan de zeskamp en gezien de uitslag vermoed ik dat zijn rating iets is gedaald; wellicht tot rond zijn geboortejaar. Maar Kees bleef er,  zoals op de foto te zien is, goedlachs onder.

Ziehier, goedlachse Kees

 

En ome Willem, schrijver dezes dan?

 

Dit jaar speelde ik een niet onverdienstelijk seniorentoernooi met één verlies en één remise en drie overwinningen. Tijdens het open C-toernooi speelde ik ook de kortste partij tegen een dertienjarig aanstormend jeugdtalent; iemand maakte er een plaatje van en te zien is dat hier vermoedelijk de zwaarste tegen de lichtste deelnemer van dit toernooi de schaakdegens tegen elkaar kruisten.

Toen we begonnen, tweede ronde.

 

Uiteindelijk stond ik er na zeven van de negen rondes niet eens zo slecht voor; ik dacht welheus de eer van Caissa nog te redden, toen ik daags na de achtste ronde op de ranglijst zag dat acht spelers opeens een punt extra hadden ontvangen waardoor ikzelf meteen een zestal plaatsen zakte.

Bij het begin van de achtste ronde zat hij nog naast me: de valsspeler; zelf had ik nog niet tegen hem gespeeld…

Het was de diverse tegenstanders van deze speler al opgevallen dat, wanneer hij zelf aan zet was, hij steeds “zo nodig moest”, als u begrijpt wat ik bedoel.

 

Teruggekomen deed hij steeds een voortreffelijke zet waardoor hij overwinning op overwinning boekte. Echter; door ingrijpen van de arbitrage (hoe ze dat voor elkaar hebben gekregen, is mij ontgaan) werd de onverlaat tot een bekentenis gedwongen en moest het toernooi verlaten. Met een “lijntje” naar iemand of met de kennis van een computer via moderne mediamiddelen ontving hij de meest geschikte zetten; je moet maar durven.

Daarbij vernam ik nog dat de valsspeler als zodanig is aangemeld bij, onder meer, de KNSB; wat de consequenties daarvan zijn is mij onbekend, maar fraai zal het, voor hem, niet zijn.

Vandaar dat, na zijn verwijdering, al zijn tegenstanders er een punt bij ontvingen waardoor ik wat minder fortuinlijk op de ranglijst te zien ben. Niet getreurd;  ik ontving nog een prijsje voor bewezen diensten zodat het voor mij deze drie weken schaak niet geheel onverdienstelijk zijn verlopen. Wellicht heb ik op deze wijze Caissa een kleine dienst bewezen.

Tot zover mijn bevindingen op drie weken schaken te Dieren met de verwachting dat ik ons bestuurslid Wim S. hiermede tegemoet ben gekomen.

Aldus schreef ome Willem G.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bericht uit Wageningen
Over onze Frans
door
Frans Oranje

Enkele dagen geleden was ik even op bezoek bij onze oud-wedstrijdleider en mede-bestuurslid van Caïssa, Frans Oranje.

 

Door middel van dit bericht breng ik de allerhartelijkste groeten over van Frans die het in het pittoreske Wageningen goed naar zijn zin heeft.

 

Willem G.

Potje
uit de interne
door
Partij waarin Jan Willem heel lang goed weerstand bood waardoor wit steeds moest zoeken naar een doorslaggevende aanval.

Willem Grünbauer  Willem Grünbauer (0) - Avatar  Jan Willem Knipscheer (0), 2018.9.18

Frans de Vreeze eerste in Dieren
Dramatisch verlopen toernooi voor ome Willem.....
door
Afgelopen week werd het seniorentoernooi in Dieren gespeeld waar twee leden van onze club Caissa in dezelfde poule speelden; Frans en Willem, met voor beiden een toch wel erg uiteenlopende afloop. Terwijl Frans geen verlies toestond, begon ik met een tragische nul, gevolgd door nóg één. Uiteindelijk wist ik de laatste plek op de ranglijst te veroveren; maar daar was wel wat voor nodig...

In diverse partijen werd ik steeds weer halverwege overmand door totale schaakblindheid en als voorbeeld wil ik u mijn mooie, edoch vreselijke partij niet onthouden, al was het maar tot vermaak en HOE iemand een volstrekt gewonnen stand toch weet te verprutsen.

Willem Grünbauer  Willem Grünbauer (0) - staging  v Straaten (0), 2018.7.19

De rest van het drama bespaar ik de lezer; Ik weet alle vrijpionnen weg te geven en kom uiteindelijk nog weg met een eigenlijk niet meer verdiend eeuwig schaakje… treurig allemaal. Als je zo slecht speelt is zo’n laatste plaats natuurlijk terecht… Erg hé!

Nochtans blijf ik mij trouw de woorden herinneren die ooit ons ex-lid Sjoerd de Vos aan het papier toevertrouwde: Schaken is wel vreselijk, maar niet schaken ik erger…

Voor Frans de felicitaties, en wat mij betreft: ik mag het de komende week in dieren weer gaan proberen…

Een leuke partij
van Ome Willem
door
Afgelopen week speelde ik een partijtje dat om diverse redenen wel leerzaam is. En leuk. Schaakpartijtjes zijn altijd leuk. Toch?

Zelf speelde ik met zwart tegen ene Koelewijn van de club En-Passant. Welke koelewijn weet ik niet precies meer; bijna een kwart van Spakenburg draagt die naam. Achteraf hebben we de partij als scherp, spannend en enerverend ervaren. Na de tweede zet van wit “wist” ik het niet meer en moest ik alles zelf op het bord uitvinden.

staging  Koelewijn, F. (0) - Willem Grünbauer  Willem Grünbauer (0), 2018.03.20

1911-2018
De professor
door
Onze oudste vriend ooit!

Hij zag er vermoeid uit en werd overvallen door nare hoestbuien; “Hoe lang nog”, dacht ik toen en na een half uurtje nam ik afscheid met de woorden: “Tot ziens, Professor.  Is het niet hier, dan toch zeker daar waar het hier het hiervoormaals is” en hij knikte terwijl ik vervolgde: “Daar zullen ze ook wel schaakspellen hebben en dan spelen we daar nog wel eens een mooie partij”. Meteen straalde vanaf zijn gelaat een olijke blik en sprak ad rem “Ach, dan zal er niet zoveel meer aan zijn; want als we daar toch allemaal volmaakt zijn wordt elke partij remise” en nadat we elkaar nog even lachend aankeken vertrok ik weer; voor de zoveelste keer; dat was, zo ongeveer, een jaar geleden.

Maar de Professor knapte op; genoot van de voorjaarszon en we dronken regelmatig een kop koffie; hij cappuccino, ik zwart zonder suiker en een enkele keer haalden ik bitterballen. Net voor kerst genoot hij van een overheerlijke Clairette de Die.  Tradition, een klein beetje zoet; geurend naar de eerste bergen en omdat er toch maar weinig alcohol (7  1/2 %)  in zat nam hij een tweede glas.

Afgelopen dinsdag bezochten wij, Maurice Aue en ik, de professor weer. Na een klop op de deur hoorden we een krachtig “Ja”, maar nadat we de deur open deden zagen we niemand; we liepen door en troffen onze oude vriend aan in de zijkamer, te bed en vermoeid.  ” Hoe gaat het, oude vriend”, vroeg één van ons. “Barslecht” zo klonk het antwoord  “Ik mag niet meer dan drie minuten per dag bezoek ontvangen” ging hij verder. Het ging zo snel, en ik vertelde hem nog dat ik vorige week zijn naam op de muur van Yad Vashem zag staan; even glinsterden zijn ogen; hij keek ons aan, maar toen gingen zijn ogen weer toe.

Eerst de hand van Maurice; daarna zocht mijn hand de zijne; ik aaide over de bovenkant, greep daarna zijn hand met mijn beide handen en kneep er zachtjes in; hij antwoordde en begreep. Verdrietig verlieten we de kamer; voor de laatste keer.

Niet zo lang geleden speelde ik nog een aardige partij met hem; toen.  Ja toen, toen hij, nadat ik goed kwam te staan en hij zich door goed verdedigen toch wist te ontworstelen en die gedenkwaardige woorden sprak: “Het is een wonder dat ik nog leef”

De partij werd remise.

Alsof we even in de hemel waren.

Waar Johan nu het wonder ervaart.

Willem

 

 

 

 

 

 

 

De professor…
...spreekt tot ons..
door
Pas geleden bezocht ik, met een mede-clublid, ons oudste -ere-lid Johan van Hulst.

Onze oudste vriend vond het een genoegen om ons even toe te spreken hetgeen wij met jullie willen delen…