Compleet winnend staan of remise? Één zet maakt het verschil
Partij tegen Hans in de interne competitie
door
Eén onnauwkeurige zet kan een partij soms helemaal doen omgooien. Dat maakt schaken ook soms zo frustrerend. In veel sporten kan je met een comfortabele 3-0 voorsprong achterover leunen en afwachten, maar bij schaken moet je alert blijven tot het eind en goede zetten blijven spelen. De partij die ik gisteren tegen Hans speelde in de interne competitie bewijst dat eens te meer. Het is een partij met een aantal mooie strategische afwegingen die ik hier zal bespreken.

In een opening (Caro Kann Exchange) bouwde ik (met zwart) een kleine voorsprong op. Wit staat wat verkrampt maar heeft nog genoeg mogelijkheden.

Vraag 1: 16. Nxc4 Met welk stuk slaan we (zwart) terug?

Antwoord: 16… bxc4. De B-lijn wordt geopend in de richting van een zwakke pion. Nadeel is de geïsoleerde a-pion van zwart maar die is nog niet zo makkelijk te winnen.

16… dxc4 is niet goed. Daarmee ontstaat ruimte voor wit. Denkbare vervolgzetten voor wit zijn Ne5, Bf3 en Bf4 met sterke controle van het centrum.

  1. Nh4 Be4!

Vraag 2: 18. f3 Ja of nee?

Antwoord: Be4 was een lokzetje. f3 is hier niet goed en beperkt de bewegingsvrijheid van de lichtveldige loper. Om die vrij te spelen moet f4 gespeeld worden, maar dan wordt het veld e4 zwak (mooie outpost voor het paard).

De engine raadt hier aan om de loper te negeren en zetten te spelen als Bf4, Ra1 of Nf3.

  1. f3 Bg6?

Hier was een mooie tactic mogelijk met wat rekenwerk.

  1. (18… h6! 19. Bxf6 Bxf6 20. fxe4 Bxh4 21. g3 Bg5! 22. Rb1 dxe4 en zwart staat gewonnen)

We spoelen even door. In de tussentijd breekt de damevleugel open en wint zwart een pion.

Vraag 3: Vind de beste zet voor zwart

Antwoord: 29… Qf4! De a-pion hangt, maar bij 30. Bxa6 heeft zwart 31… Qxe3+ en de volgende zet is Rxc3 waarmee zwart de verloren pion direct terugwint, en bovendien een sterke grip heeft op de stelling. 29… Rc6 is te passief.

Vraag 4: Hans was niet hebberig en speelde 30. Qc1. Ruilen of niet?

Antwoord: Ja! Zwart staat een pion voor en positioneel beter. Materiaal ruilen (versimpelen) is dus in zijn voordeel.

We spoelen weer door.

Vraag 5: Wit speelde 41. Bxd5. Met welk stuk slaan we terug?

41… exd5! De a-pion is een pain in the ass voor zwart. Wit is gedwongen om zijn koning naar de buitenkant van het bord te brengen om dat gevaar te neutraliseren. Daardoor krijgt zwart tijd om zijn koning te centreren.

Een paar zetten later…

Vraag: De a-pion is afgeruild tegen de d-pion. Er is nu één zet die compleet winnend is voor zwart. Welke is dat?

Antwoord: 46… Rxe3! Met uitruil van de torens. Zwart kan zijn koning centreren en staat in dat geval compleet gewonnen. Volgens de engine staat het in dat geval -7 voor zwart.

Maar dat speelde ik niet. Ik speelde 46… Ke6?? De evaluatiebar springt weer in balans, het staat weer compleet gelijk. Hans bleef nauwkeurig en het werd inderdaad remise. En zo eindigde een partij waarin ik tal van strategisch goede beslissingen maakte toch niet in een gunstig resultaat. Wat is schaken toch frustrerend soms.

Reactie achterlaten