Herinnering aan Johan van Hulst
In deze week van dodenherdenking en bevrijding.
door
Een verhaal dat ik eigenlijk twee jaar eerder had moeten schrijven toen ons geliefde erelid, Johan van Hulst, kwam te overlijden. Het heeft even geduurd maar het is er nu toch van gekomen. Ik waarschuw de lezers: de link met schaken en Caissa laat enige tijd op zich wachten.

Een jaar of zes geleden belde mijn zuster me. “Olaf, zoiets geks meegemaakt. Ik kwam op mijn werk C.B. tegen. We raakten aan de praat en toen hij erachter kwam dat mijn naam Ephraim is zie hij dat zijn ouders, in Amsterdam, tijdens de oorlog, een arts, Karel Ephraim, heel goed hadden gekend. Dus toen ik zei dat papa Karel heet en arts was geweest en uit Amsterdam kwam zijn we verder gaan zoeken.”

Als mijn zus niet haar meisjesnaam op haar werk zou gebruiken maar de naam van haar echtgenoot was het verhaal dat nu volgt waarschijnlijk voor altijd verborgen gebleven in de immense stapel nooit ontdekte gebeurtenissen.

Mijn zus vertelde verder. “De ouders van C. waren in de oorlog student en hielpen bij het onderbrengen en helpen onderduiken van Joodse kinderen. Dat gebeurde in een crèche bij de toenmalige Hollandsche Schouwburg. Die kinderen werden onderweg wel eens ziek en dan hielp een Amsterdamse arts, Karel Ephraim, hen.”

Het verhaal van de Joodse kinderen die gered werden via de crèche van de school tegenover de Hollandsche Schouwburg is alom bekend. Maar van enige rol van mijn vader hierin was mij niets bekend. Zoals velen van zijn generatie, mijn vader is geboren in 1916, heeft hij nooit veel over de oorlog verteld. Ik vermoedde lang dat hij misschien als student de niet-Jood verklaring had getekend en zich daarvoor schaamde. Niet dat ik hem dat kwalijk zou hebben genomen; hij kwam uit een straatarme familie en moest zijn opleiding aan het Vossius Gymnasium en de Gemeentelijke Universiteit zelf bekostigen met het spelen in jazzbandjes tot diep in de nacht. Hij beheerste alle koperen blaasinstrumenten maar ik heb hem daar in mijn jeugd nooit meer op horen spelen. Waarschijnlijk waren de herinneringen aan die instrumenten, feitelijk gereedschappen voor hem, toch te bitter. Het was crisis en er moest nu eenmaal geld verdiend worden. Oordelen over anderen vanuit een luxepositie in een totaal andere tijd is zinloos en zelfs kwalijk. Na de oorlog zat immers iedereen in het verzet.
Later kreeg hij op relatief jonge leeftijd een zware attaque waardoor hij niet meer kon praten. Een gesprek over het verleden was door zijn aandoening niet meer mogelijk.

Een week later belde mijn zus weer. “Die C.B. heeft mij een oude brief uit zijn familiearchief gestuurd van I. Zij was de derde in de verzetsgroep van zijn ouders. Hij is geadresseerd aan H., dat was de tante van I.”

Het bewijs groeide. H. was de eerste echtgenote van mijn vader. Het leek me niet onlogisch dat een verzetsgroepje eerst hulp vraagt aan familie en intieme vrienden. Verraad lag immers altijd op de loer. Eigenaardigerwijs was de brief in het Engels, ik weet niet waarom.

Uiteraard besefte ik dat ik waarschijnlijk een stuk oude familiegeschiedenis op het spoor gekomen was. Maar: helemaal zeker was ik niet. Wie zou nog informatie hebben, het was meer dan zeventig jaar geleden. Alle betrokkenen waren dood. Ja, allen, behalve een. U raadt het al: de Professor.

Toeval bestaat niet. Twee weken later werd ik op de clubavond voor de interne ingedeeld tegen Johan van Hulst. Eigenlijk wilde ik niet schaken maar praten. Ik werd ingemaakt maar ik mag niet naar excuses zoeken. Met 300 ELO punten en bijna 55 jaar leeftijdsverschil in mijn voordeel legde ik het af tegen de Professor die me in een fraaie aanval van het bord maaide.

We analyseerden en ik kon eindelijk mijn vraag stellen: kende hij mijn vader uit de oorlog? Ik vertelde het hele verhaal. Hij sloot een moment zijn ogen en het leek of alle herinneringen weer even door hem heen gingen.
“Ja, de familie B. ken ik wel. Die waren toen nog niet getrouwd hoor, maar ze scharrelden wel om elkaar heen. Enfin,” de oude man kreeg een ondeugende twinkeling in zijn ogen, “toen heb ik maar een beetje postillon d’amour gespeeld, zal ik maar zeggen. I. ken ik ook, dat was de derde in hun groepje. ”

Maar kende hij mijn vader ook? Of zijn vrouw, H.? De Professor keek langs me heen in de verte. Hij peinsde kort. “Nee, eerlijk gezegd niet. Die namen zeggen me niets.” Hij zag mijn teleurstelling.
“Maar, u moet weten, dat is niet zo gek hoor. De diverse groepen, schakels in de keten, wilden zo min mogelijk van elkaar weten. Wat men niet weet kan men ook niet verraden. De Gestapo kon iedereen aan het praten krijgen.”

We namen afscheid, de Professor was moe. Terecht: wie 103 jaar oud is en zo’n rijk leven heeft gehad als onderwijzer, hoofd der school, hoogleraar, Eerste Kamerlid èn verzetsheld, heeft het volste recht op rust.

Johan van Hulst overleed vier jaar later, iets meer dan twee jaar geleden.
Rust zacht, goede en dappere Professor. U was een gelovig man. Als er een Hemel is dan heeft men u bij aankomst een plaats op de eretribune aangeboden. Als ik u een beetje ken, heeft u dat geweigerd en om een normale plek gevraagd.

Mijn partij tegen Fabio Caruana
Een schaakverhaal
door
Laat mij een kleine inleiding geven. Nu het land plat ligt door corona hebben velen misschien eindelijk de tijd om eens een schaakverhaal te schrijven. Dit in de goede traditie van de Decamerone, Giovanni Boccaccio. Uit verveling en geïsoleerd door de pestepidemie ging een groep mensen elkaar verhalen vertellen en deze oude bundel geldt nog steeds als hoogtepunt in de Italiaanse literatuur. Daar hoeft Caissa niet voor onder te doen! Ik zal het spits afbijten. Uiteraard hoop ik dat u en uw familie deze crisis doorstaan en wens ik u alle goeds en sterkte toe.

Sinds een half jaar ben ik actief in het bestuur van Forum voor Democratie, een echte schaakpartij. We hebben zelfs al met een FVD team meegedaan aan het NK Bedrijfsschaken en gaan ons inschrijven voor het EK Bedrijfsschaken dat in juni in Rotterdam gehouden zal worden. Tenminste: als corona, enfin, u begrijpt het. Lastig hoor; ik zit op bord 2 en Loek van Wely op 1. Dus een kritische blik van de vakman is nooit ver weg.

Bij een wedstrijd op het NK voor Bedrijven (rapid) offerde mijn tegenstander een stuk maar mijn verdediging hield als ik f6 of f5 deed. Maar welke? Toen ik er na vier minuten niet uit was deed ik maar f6. Een mens moet toch wat. Loek had een seconde een blik opzij geworpen tijdens mijn gepeins en gereken. Ik verloor uiteindelijk. “Waarom deed je niet f5? Dan is het toch meteen klaar?” vroeg Van Wely verwonderd na de partij. Ja, Loek zag dat meteen maar dat verklaart nou net het ELO verschil van 600+ punten. Voordeel was wel dat ik die dag een paar repertoirekwesties aan de orde kon stellen bij onze non playing captain Lucas van Foreest die mijn vragen geduldig beantwoordde. Aardige jongen.

Overig zag je onze tegenstanders twijfelen: is het nou leuker om op bord 1 tegen Loek van Wely te spelen of toch op bord 4 tegen Thierry Baudet? Onze borden 2 en 3 waren natuurlijk een teleurstelling voor de tegenstanders want niet bekend of titelhouder. Thierry is overigens een fanatiek schaker, vroeger clubspeler en ik ga hem, als hij meer tijd heeft, een keer meeslepen naar Caissa, de mooiste club van Amsterdam.

Nu naar Fabio Caruana. Jaarlijks wordt er aansluitend op Tata, dus eind januari, een simultaan door een bekende grootmeester in het gebouw van de Tweede Kamer georganiseerd. Dit evenement vindt plaats onder de naam “Torentjesschaak.” Alle posters en fotowanden ademen de huisstijl en kleuren van het Tatatoernooi, maar de naam van het bedrijf mag niet vermeld worden. Iets met politiek en reclame. Het gekke is dat de organisatie en wedstrijdleiding ook uit de bekende Tatagezichten bestaat maar de firmanaam is even taboe als Voldemort.

Aart Strik, uitmuntend wedstrijdleider en gastheer bij vele toernooien maakte dan ook bezwaar tegen het feit dat ik, net als sommige anderen een Tata notitieblaadje gebruikte. Nou kennen Aart en ik elkaar al vele jaren en we halen dikwijls een grapje met elkaar uit, maar nu was hij serieus. Ik heb de strook van het papier waarop Tata stond omgevouwen, uit het zicht, want ik wilde Aart natuurlijk niet schofferen. Maar ik wilde ook mijn blaadje niet weggooien want ik had daarop net de handtekening van Fabi gekregen. Immers, ik ging natuurlijk winnen en misschien zou hij daarna boos zijn en een handtekening weigeren, je weet het maar nooit met dat soort genieën.

Het werd een Benoni. Fabi speelde een rustige variant die ik 35, 40 jaar geleden met wit zelf speelde:

1.d4 Pf6 2.c4 c5 3.d5 e6 4.Pc3 exd5 5.cxd5 d6 6.e4 g6 7.Pf3 Lg7 8.Lg5 a6 (hier is bekend dat 8…h6 9.Lh4 g5 10.Lg3 Ph5 11.Lb5+ Kf8 12. e5! min of meer zelfmoord is voor zwart)  9.a4 h6 (het alternatief is 9. Pd2 b5) 10.Le3?! (in alle boeken staat alleen 10.Lh4 g5 11. Lg3 Ph5 hetgeen prima te spelen is voor beide partijen. Maar Le3? Dat lokt toch Pg4 uit?) 0–0 (En dat durfde ik niet, maar dat had ik wel moeten doen. Te veel eerbied voor het ravijn aan ELO-punten dat mij scheidt van de illustere grootmeester)11.h3 Te8 12.Ld3 Pbd7 13.0–0 Pe5 14.Pxe5 Txe5 15.Dd2 Kh7 16.f4 Te8 17.Tae1 b5?! 18.axb5 axb5 19.e5 b4 20.Pb5 dxe5 21.d6 Pd5 22.f5 e4 23.fxg6+ fxg6 24.Lxe4 Pxe3 25.Txe3 La6 26.Lxg6+ Kxg6 27.Dd3+ Kh5 28.Tf5+ Kg6 29.Tf4+ Kh5 30.g4+ Kh4 31.Tf5 Txe3 32.Th5+ Kg3 33.Dxe3# Mat 1-0

Ingemaakt. Weggevaagd.

Met 17),…b5 stak ik op typische Benoniwijze het bord in brand. Ik zat aan de zet te denken toen een kiebitzer achter me mompelde: “Is b5 niet wat?” Normaal besteed ik geen aandacht aan die patzers want die kunnen niet schaken. Maar als de kiebitzer in kwestie een ELO heeft van boven de 2600, ooit 2700, grossiert in Nederlandse titels en een vaak geziene gast in Grootmeestergroep A van Tata is, ligt dat toch genuanceerder.

Toen Caruana 26) Lxg6+ speelde, uit de losse pols, kwam Monique van de Griendt bij mijn bord staan. Monique, schaakster, teamgenote in het Beursteam van weleer, wedstrijdleider, organisator en bestuurder is altijd een opgewekte verschijning bij schaakbijeenkomsten. “Als dit kan heb jij een probleem, Olaf,” sprak zij monter.

Grrr. Ik zag natuurlijk onmiddellijk dat Lxg6 niet alleen correct was maar ook dat ik mat ging. Dank je wel Monique. Ik overwoog op te geven maar er werd net wijn en borrelhapjes geserveerd en ik voorzag dat ik mij kon spijzen en laven voordat ik noodgedwongen Fabio de hand zou moeten schudden.

Bovendien kon ik Thierry die naast mij zat nog souffleren. Hij had mij aangestoten. “Als ik een stuk offer, win ik het met pionwinst terug, wat denk jij?” Dat klopte en zo geschiedde. Sterker nog, een zwarte toren en dame belegerden de grootmeesterlijke koning. Caruana had natuurlijk verder gekeken. Hij liep met zijn koning het centrum in en daarna bleek dat elke zwarte aanval gepareerd kon worden door er witte stukken tussen te zetten. En ai, Fabi bleek een vrijpion te hebben die beslissend was. Dat had hij natuurlijk al lang begrepen. Dat is nou talent en vakmanschap.

Na de partij sipte ik wat na met Van Wely. “Misschien is de Benoni toch wat te scherp tegen zo’n kanon.” Loek keek me spottend aan. “Wil je dan liever langzaam gewurgd worden?” Klaarblijkelijk zag hij in elke variant geen enkele kans op succes voor mij, en daar had hij waarschijnlijk alle gelijk van de wereld in. Dan liever een snelle heldendood; een korte pijn is beter dan een lang lijden.

Maar het was een enorme belevenis om tegen de winnaar van Tata A, 10 uit 13, te spelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Het vijfde gaat door! (met partij van Wim Nijenhuis)
door

Het Vermaledijde Vijfde worden we wel intern genoemd, of het Niet Zo Getalenteerde Vijfde. Ja ja, dat vijfde, seizoenen achtereen degradatiekandidaat, het Griekenland van de derde klasse KNSB. Mooi niet. Het lelijke eendje blijkt een schone en geen stervende zwaan.

Zaterdag togen wij welgemoed door de bittere kou naar Rotterdam. In het NIVON gebouw, normaal het domein van spartaans levende natuurvrienden bestreden wij RSR Ivoren Toren. Eric Coppoolse ontbrak maar we hadden Aldo van de Woestijne gevonden als invaller. Overigens moet ik nu al excuses maken voor dit stukje: ik had niet verwacht verslagcorvee te krijgen van onze leidsman Angelo en heb niet alle borden en partijen even goed in mij opgenomen. Daardoor zal dit verslag aan elkaar hangen van oppervlakkige observaties, gedaan in een oogopslag, halve waarheden, geruchten, insinuaties en verzinsels; ongeveer conform het niveau van de column van ons nationaal voetbalidool in de krant van het uitgeslapen vaderland. (Om juridische redenen zijn de echte namen van columnist en krant niet vermeld, redactie).

Na een paar uur vond ik niet iedereen even fijn staan, mijzelf incluis. Maar zie, het liep anders. Angelo, de Reuzendoder, liet zijn Draak de Rotterdamse Siegfried verslaan en opende de score op bord 2. Op de rest van de borden leken de zaken redelijk in evenwicht: Geert stond een pion achter maar had voldoende compensatie met ontwikkelingsvoorsprong en een sterk paard, Robert Jan had een bedenkelijk gat op e6 met zwart, Martijn had een pluspion, Aldo had het moeilijk na de opening en Kees en Wim leken ongeveer gelijk te staan. Veel remises lagen in het verschiet, dacht ik. En dat klopte ook. Bij Martijn bleven te weinig stukken voor een winstpoging over en bij Kees was de partij steeds in evenwicht. Totdat hij uit zijn evenwicht werd gebracht door een –volstrekt ongevaarlijke – matdreiging van zijn tegenstander. Kees was blijkbaar uit zijn concentratie want hij verzuimde om na een gedwongen afwikkeling een stuk te winnen of zelf mat te geven en de partij werd remise. Dat resultaat bereikte ik ook aan het eerste bord na een Snake Benoni die meteen mijn voorbereiding op 1)…d5 overbodig maakte. Ik dacht een blunder te hebben gemaakt, maar mijn tegenstander durfde de weerlegging niet aan en deze was eigenlijk met de kennis van nu niet eens zo duidelijk. Van schrik bood ik wat later remise aan hetgeen geaccepteerd werd. Stand: 2,5-1,5.

Robert-Jan Schaper stond ineens in een eindspel van toren/loper tegen toren/paard minstens remise en dat werd het ook. Geert kon zijn goede stelling niet vasthouden en verloor, jammer. En dan Wim. Vooraf had hij laten weten dat hij heel erg graag wilde winnen en hij deed er alles aan. Als een jeugdige Apollo trok hij ten aanval en toen ik keek zag ik Wims zwarte paard begerig op g4 naar de witte monarch lonken terwijl zijn toren en dame de d-lijn beheersten. Een open diagonaal g1-a7 zag er ook smakelijk uit. Uiteindelijk bleef Wim een kwaliteit voor en werd daarmee matchwinner als Aldo tenminste niet zou verliezen. Verliezen? Aldo had inmiddels een goed paard versus slechte loper eindspel en ging eens goed zitten voor een eventuele winst. Uur na uur verstreek en hij kwam ver, heel ver. Maar ook een slechte loper heeft nog steeds lange benen en het uitgedunde materiaal was op de lange duur niet toereikend voor de zege. Aldo ploegde voort en zette uiteindelijk om zeven uur des avonds in een pionneneindspel zijn tegenstander, topscorer van RSR, pat. Dat betekende een 4,5-3,5 overwinning voor C5.

Wat betekent dat voor de stand op de ranglijst in 3E? Nou, de koploper Sliedrecht verloor verrassend van BSG, dus de stand van zaken is thans: 1) Sliedrecht 10 pnt, 2) Promotie 9 pnt en 3) Caissa 5 met 8 matchpunten. En we moeten nog tegen Sliedrecht… Maar we moeten reëel zijn, we hebben een wagonlading bordpunten minder dan de nummers 1 en 2, dus laten we nuchter blijven en ons geen gekke dingen in het hoofd halen. Maar toch… Je weet het nooit, het bord is en blijft vierkant…

Hier volgt de gedetailleerde uitslag en de mooie partij van Wim:

staging  De Jager, Leo (1956) - Wim Nijenhuis  Nijenhuis (1909), 2012.02.11

Tata 2011, groep 3 I
door

Welgemoed toog ik naar het goede oude Wijk aan Zee voor de jaarlijkse dagvierkampen. Het was van dat gure, waterkoude schaakweer. Ik had er zin in.

staging  Dijkhuizen, Martin (1917) - Olaf Ephraim  OlafEphraim (1949), 2011.01.20

CAISSA 5 – VAS 2
door

Wij ontvingen onze Amsterdamse schaakvrienden en het werd een spannende middag. Ik heb niet alle partijen tot in detail gevolgd, dus lees dit verslag als een sfeerimpressie met subjectieve waarneming. We houden de bordvolgorde aan :

staging  Vuure, Joris van (2079) - Olaf Ephraim  OlafEphraim (1949), 2010.12.11

Pvdw: Coppoolse – Ephraim
door

Zwart speelt een provocerende opening en wordt dik beloond.


Eric Coppoolse
-
Olaf Epraim
7 april 2010

Avatar  Eric Coppoolse (0) - Olaf Ephraim  OlafEphraim (0), 2010.04.07

Ephraim – Vroombout
door

Door Olaf Ephraim

Een inzending voor de pee van de wee. Na vorige week smadelijk opgebracht te zijn door Paul nu een positief resultaat.


Olaf Ephraim (1970)
-
Enrico Vroombout (2199)
7 april 2009

Olaf Ephraim  Ephraim, Olaf (1970) - Enrico Vroombout (TL)  Vroombout, Enrico (2199), 2009.04.07

Preses gebeukt
door

Gisteren speelde ik een aardige partij tegen onze preses Dennis Breuker.


Olaf Ephraim (1964)
-
Dennis M Breuker (2003)
27 januari 2009

Olaf Ephraim  Ephraim, Olaf (1964) - Dennis Breuker  Breuker, Dennis M (2003), 2009.01.27

Corus dagvierkamp: Olaf Ephraim eerste, tweede, en derde
door

Ik heb een hele aardige partij gespeeld, en ik ben misschien de enige Caïssaspeler die dit jaar zowel de eerste, tweede als derde prijs in een vierkamp gewonnen heeft. Dat ik deze met twee anderen moest delen doet niet ter zake. Geluk kan iedereen immers hebben.

Olaf Ephraim  Ephraim, Olaf (1964) - staging  Nieuwenhuizen, Hans (2003), 2009.01.21