Vakantie in eigen stad
en enkele bezoekjes aan (ex)-Caissaleden
door
Omdat ik deze zomer niet op reis was met reisgenoot Jeroen Hoogenboom, had ik alle tijd om her en der bezoekjes af te leggen: Dick Dolman, Frans Oranje, Jeanne Potters en Ed Leuw.

Dick Dolman herkende me niet meteen, maar toonde zich daarna erg enthousiast om weer eens een Caissalid te zien. Informeerde volop naar het wel en wee van de club. Met zijn vrouw Elletje dronken we wat in de tuin van verzorgingshuis Vreugdehof in Buitenveldert. Wie hem wil bezoeken: bel mevrouw Dolman dan eerst even, 020-4711235.

Anneke Wiggelendam vroeg zich af waarom Frans Oranje niet deelnam aan het Amsterdam Science Park Toernooi en waarom hij bij de interne competitie zo vaak ontbreekt. We zochten hem samen thuis op. Hij kan het niet meer, zegt hij, het kost te veel energie om naar de club te gaan. Wij dachten: wat zou het heerlijk als hij door iemand af en toe gehaald zou kunnen worden. Thuiskomen lukt hem dan zelf wel. Indien nodig kan Caissa hem wellicht een aangepast speeltempo aanbieden.

Jeanne Potters verblijft in revalidatiecentrum Naarderheem, waar zij na een valpartij bij haar thuis werd opgenomen. We kunnen nog gezellig praten, maar het lichaam wil niet meer: ze is helemaal afhankelijk van hulp.

Ook Ed Leuw was de hele zomer door een fysieke instorting aan huis en stad gebonden. Gelukkig is hij daar weer uit gekrabbeld en kon toch nog op zijn buitenverblijf in het bos vertoeven. Komt beslist weer naar de club indien zijn gestel dat toelaat.


Onder: tweemaal Dick Dolman, in Vreugdehof en als kamervoorzitter. (Tekening: Leo van Vught, getiteld Prinsjesdag 1979. In beeld zijn ook: Marcus Bakker, Joop den Uyl, Ruud Lubbers en Jan Terlouw.) Daaronder: Frans Oranje, Jeanne Potters en Eddy Leuw. 

 

Jeroen Hoogenboom corrigeert Shakespeare
Jeroen: ‘to be’ is beter dan ‘not to be’.
door
Opvoedkundig schaakdocent Jeroen Hoogenboom — in kinderkringen beter bekend als ‘de coole meester Jeroen’, tevens is hij lid van verdienste bij Caissa — sprak zich deze week in een krant ondubbelzinnig uit voor: er zijn. Zijn levensboodschap luidt dan ook: je moet er willen zijn.

In stadsblad De Echo van deze week, editie Echo-West, publicatie van 13 juni 2018, werd schaakleraar Jeroen Hoogenboom aan de tand gevoeld. Hij gaf het goede voorbeeld door te stellen: ik wil er vooral zijn. Deze opvatting staat weliswaar haaks op het niet-zijn, maar Jeroen stelt ook: ‘Shakespeare bracht het nog als vraagstelling, maar niet-zijn is toch echt gelijk aan tien keer niks. Zijn is beter. Zijn is hot.

Waarvan akte. Bijkomend voordeel: als je overal zijn wilt, hoef je nergens naar toe.

Jeroen Hoogenboom gehuldigd
Onderscheiding in de Nicolaaskerk 8 januari
door
Jeroen Hoogenboom, lid van verdienste en nu al enkele jaren gediplomeerd jeugdtrainer bij Caissa, werd op 8 januari onderscheiden met een erespeld van de Sint Nicolaasparochie, te Amsterdam.

De heer Hans Mensink van het kerkbestuur sprak hem hartelijk toe, tijdens de drukbezochte nieuwjaarsreceptie in Grand Café De Kroonprins. Diaken Rob Polet kijkt mee.

Volgens Jeroen betreft het hier een soort ridderorde. Het speldje, zie inzet foto, staat symbool voor zijn ruime verdiensten ten aanzien van de Nicolaasbasiliek, gelegen naast het Centraal Station. Jeroen zelf, die onder een groeiend aantal kinderen bekendheid geniet als de coole meester Jeroen, zegt dat de onderscheiding vermoedelijk ook verband houdt met zijn ruime gevoel voor naastenliefde.