Plofkraak!
De inburgering van vreemde zetten
door
Aangekomen op zaterdag 2 november in de Meevaart bleek dat we (het vierde) moesten spelen in de theaterzaal. Nou, de theaterzaal, dat belooft wat, spektakel, applaus van duizendkoppig publiek, ik als gevierd schaker (of was het gevierendeeld?) in de arena en ik kreeg er al meteen veel meer zin in.

Dat werd allengs wat minder toen ik de zaal betrad en daar 4 teams op elkaar gepropt met jassen op de stoelen zaten en onduidelijkheid heerste over wie waar zat of moest zitten en of we al konden beginnen en “Heeft de wedstrijdleider al geschreeuwd dat de mobi’s auss mussen”. Het is geen pretje nog dichter als een kerstboomkluit op je collega-wortel gepropt je schaakkunsten te moeten vertonen. Het derde zwoegt om de punten bij elkaar te harken en het vijfde team probeert het tij zwaar-hijgend te keren, al met al geen entourage om de lucht vers te houden. Misschien moeten na de boeren, het bedrijfsleven en de auto-industrie ook de schakers naar het Malieveld om subsidie te krijgen voor het inperken van hun CO2 uitstoot.
Mannen (en 1 vrouw) die tegen elkaar aan schurften als sardines maar dan zonder aangename versoepelende oliën, stoelen die piepen, kraken en knallen, de geur van transpiratie die doet denken aan Oost-Europese zichzelf bewust niet wassende premiejagers die destijds geld kwamen halen op alle westerse schaaktoernooien en … o nee, stop de gedachtenstrengen: we moeten gaan zitten en de opstellingen worden voorgelezen met de gebruikelijke spel-, lees- en uitspraak fouten.
Mijn tegenstander is een aardige man, die een grapje maakt over zijn naam (Freer, wat volgens hem in het Amerikaans een vrijere man betekent) en ook de mijne (Lessmann, die vast minder man is). Aardige man, maar schakers die met een petje achter het bord verschijnen roepen bij mij menig keer onterechte associaties op met petjesvolk en de arbeidersklasse, het burka-verbod en andere gezicht bedekkende kleding en hoeveel elektronische apparatuur er al niet in zo’n petje past. Gelukkig heb ik mijn mobiel al afgegeven aan de wedstrijdleider en hoeft er geen controle plaats te vinden en dan zegt de wedstrijdleider “Prettige wedstrijd”. Plots zitten bijna alle schakers als bewegingsloze zoutzakken achter het bord: de macht van zo’n wedstrijdleider is adembenemend en in staat om mijn medespelers als de vrouw van Lot bij de vlucht uit Sodom en Gomorra te doen verstenen. Bij mij als ik iets probeer te zeggen kijkt meestal iedereen meteen de andere kant op. T’is in ieder geval iets, nietwaar? Maar nu dan de partij, nog zonder analyses.

staging  lessmann, francis (2028) - staging  freer, rob (1828), 2019.11.02

 

“TSJONGEJONGEJONGEJONGEJONGE”.
Ongelijksoortig materiaal of hoe een dramaseizoen enigzins werd gered.
door
"TSJONGEJONGEJONGEJONGEJONGEJONGE". Dat waren de exacte woorden van een meewarig het hoofd schuddende Jack Blanchard direct na afloop van mijn partij in de match Caissa II - Laurierboom Gambiet 1. Hij had op bord 2 gedwongen de hele middag mijn bizarre partij tegen Mark Kremer moeten aanschouwen. Gelukkig beschermde zijn zonnebril hem tegen al teveel hoornvlies schade, want het was een volslagen losgeslagen zooitje op bord 3 tegen Laurierboom Gambiet, met twee torens tegen 4 lichte stukken, een hoop pionnen, sterke paarden die zwak werden en zwakke die sterk werden en nog veel meer geneuzel. Laurierboom kon kampioen worden als ze wonnen van Caissa II. Zukertort Amstelveen II was de andere kanshebber met 1 matchpunt minder. Mijn seizoen was tot nu toe het meest dramatische ooit: zes nullen en met 1 1/2 uit acht was stoppen met schaken dichterbij dan ooit.

staging  kremer, mark (2176) - Francis Lessmann  Francis Lessmann (2046), 2016.04.23