Probleem van de week
door

Wit geeft mat in twee (J. Hartong, Good Companion, 1922)


Met deze mat in twee zal ik op de 'lees meer'-pagina nieuwe begrippen introduceren als 'schijnspel', 'matverandering' en 'volledig tempoprobleem'. Het is bij het oplossen van een schaakprobleem altijd goed om na te gaan of zwart in tempodwang is. Zo ook bij deze tweezet. Als dat het geval is, dan zou een afwachtende of 'stille' zet van wit de oplossing kunnen zijn. Maar beschikt wit wel over zo'n zet in bijgaand probleem?

In bovenstaand probleem is sprake van ‘schijnspel’. Want het lijkt erop dat zwart in tempodwang is: met zwart aan zet zijn de matzetten van wit eenvoudig te vinden. Bijvoorbeeld op 1…, e1(D) volgt 2. Dg2. Op 1…, e1(P) volgt 2. Df2 en op 1…,g5 volgt 2. Df5. Ook op de paardzetten is het mat gemakkelijk te vinden. We kunnen dus op zoek naar een afwachtende zet van wit, maar helaas! Die is niet te vinden. Daarom noemen we het spel in de diagramstand (dus voordat de sleutelzet is gespeeld) ‘schijnspel’. Met andere woorden: we worden op het verkeerde been gezet door naar een tempozet te zoeken.
Maar wat nu? We kunnen niets anders dan proberen een sleutelzet te vinden die onze oorspronkelijke matzetten loslaat en nieuwe matzetten creeert. Dit heet dan ‘matverandering’. Bij ‘matverandering’ treden in het ‘schijnspel’ dus andere matten op dan in het oplossingsverloop.

Oplossing:

1. Dc8, e1(D);  2. Lg2
, e1(P);  2. Tf2
, Pxh3 ;  2. Dxh3
, Pf…;    2. Dg4
, Pd7  ;  2. Dxb7
, g5   ;   2. Df5

Behalve in de laatste variant zien we dus andere mats dan in het schijnspel. Bovendien komt in de laatste variant de dame van een ander veld dan bij het schijnspel. Een probleem als dit, waarbij op alle zetten van zwart een mat gereedligt en door de sleutelzet geen bepaalde dreiging ontstaat, wordt een ‘volledig tempoprobleem’ genoemd. Meestal is een ‘stille’ zet de oplossing, maar zoals dit probleem laat zien, hoeft dat niet altijd zo te zijn.

 

Reactie achterlaten