Hic Rhodus, Hic Salta!
door
Verslag van het Europees Kampioenschap voor Amateurs 2019.

“Hic Rhodus, Hic Salta!” is een verlatijnst citaat uit een fabel van Aesopus. Een atleet beroemt zich erop op Rodos een uitzonderlijke prestatie verricht te hebben, maar er zijn geen ooggetuigen van. Een sceptische toehoorder werpt hem toe: “Hier is Rodos, Spring dan!”. Ik werd op Rodos Europees kampioen van de amateurs. Mocht U eraan twijfelen of ik daadwerkelijk de beste amateurschaker van Europa ben, ben ik bereid om U opnieuw mijn springkunsten vertonen, maar ik moet zeggen dat ik er na dit toernooi even schoon genoeg van had, vandaar dit verlate verslag.

Een afbeelding die ik op de toernooisite vond, ik besloot om bij de prijsuitreiking een bescheidener houding aan te nemen.

Ik deed vorige maand met mijn vader mee aan het schaakfestival van Rodos. Er waren seniorenkampioenschappen (50+,65+) georganiseerd (ook voor de dames) en amateurkampioenschappen. Aan de amateurkampioenschappen namen in totaal 70 spelers deel, verdeeld over drie categorieën (tot 1700, tot 2000 en tot 2300). Ik deed met 9 andere schakers mee in de hoogste categorie. De poule was daardoor qua vorm en sterkte vergelijkbaar met een tienkamp groep 2 van het TATA toernooi. Bij de senioren namen nog enkele andere Nederlanders deel. Naast mijn vader Willem(65+) waren dat Gerard Welling(50+), Henri en Jeroen van den Bersselaar(50+) en Marsel van Hooft(65+).

Het toernooi was uitstekend georganiseerd door de Europese schaakbond (ECU), wel was er een streng beleid: voor de 2e ronde werd gemeld dat toeschouwers alleen naar binnen mochten na aanvraag van een kaartje bij de ingang dat met een koordje om de nek gedragen moest worden en er werd slechts één toeschouwer per bond toegelaten. Was er een incident geweest?  De spelers droegen zo’n naamkaartje al, maar een ronde later werd dit ook uitdrukkelijk verplicht gesteld, wat tot her en der gemor leidde, voornamelijk bij de senioren. Ik vond het prima. Ook de speelomstandigheden waren voortreffelijk: Een mooie zaal in het Olympic Palace Hotel met uitzicht op de Egeïsche zee, je hoorde het ruisen van de golven en in de verte zag je de Turkse kust en het hotelpersoneel was vriendelijk. Er was helaas geen rustdag.  

Met mijn huidige rating van 2179 was ik als tweede geplaatst in de hoogste amateurgroep. Het was een divers gezelschap, met voornamelijk tieners en twintigers. De andere spelers waren: de Russen Alexander Shukan(2088), Dmitry Minko(2169) en WFM Alexandra Zherebtsova (2203), Tim van de Perre (België, 2102), FM Thorsten Cmiel(Duitsland, 2109), Stanislav Andreev (Bulgarije,2140), Arda Yungcu(Turkije, 1959) en de Grieken Konstantinos Samaridis(2001) en Konstantinos Stavropoulos(2022). Het kostte me wat moeite om deze Constantijnen, die tijdens het toernooi gebroederlijk met elkaar optrokken, uit elkaar te houden. Vermeldenswaard is nog dat Thorsten Cmiel schrijver is voor Chessbase en in het verleden voor Vianen heeft gespeeld. Ik kon me helaas de namen van de twee Viaanse Duitsers die de vorige KNSB-ronde tegen ons eerste niet kwamen opdagen niet herinneren. 

De loting was gunstig. Ik had 5 keer wit en 4 keer zwart. Wel had ik 3 keer zwart in de onderlinge partijen met de sterkste spelers. De wedstrijden begonnen om 15.30 lokale tijd (één uur later dan in Nederland), waardoor er na afloop tijd was voor ontspanning en de volgende dag naar hartelust (of met fikse tegenzin) voorbereid kon worden. Ik ging mee met twee excursies, één naar de oude stad en één naar de Acropolis van Lindos.  

De acropolis van Lindos

Het afgelopen half jaar heb ik meer dan 40 ratingpunten verloren, veelal door simpele tactische slordigheden. In de voorbereiding op het toernooi heb ik daarom met name gefocust op tactiek en heb een maand lang dagelijks opgaven gemaakt uit het boek “The Woodpecker Method”. (Ik kwam in dit boek trouwens een combinatie uit de matchpartij Max Euwe-Eelke Wiersma 1920 tegen. Betreft het hier een ver familielid van “onze” Eelke Wiersma?) Mentaal was ik al langer bezig met dit toernooi. Het TATA-toernooi en Noteboom toernooi van eerder dit jaar zag ik als een soort training voor het EK. 

Al vroeg in het toernooi bleken Andreev en Zherebtsova mijn belangrijkste tegenstrevers. Tegen de rest van het gezelschap (gemiddelde rating 2065) scoorde ik een overtuigende 6,5 uit 7. Hoofdzakelijk hierdoor werd ik kampioen. Via deze link kunt U mijn overwinning uit de eerste ronde op Tim van de Perre (licht becommentarieerd door Thorsten Cmiel) naspelen: 

https://de.chessbase.com/post/senioren-und-amateur-europameisterschaften

De eerste twee rondes verliepen goed: ik genoot van de speelomstandigheden, kon me goed concentreren en bleef praktisch de hele partij achter het bord zitten. Later in het toernooi werd ik wat onrustiger en verviel in mijn gebruikelijke ijsberen langs de andere borden. 

Een cruciale partij was die in de zesde ronde tegen de 15-jarige Dmitry Minko. In een must-win situatie had ik weinig trek in het Schots vierpaardenspel en besloot de klassieke Siciliaan te spelen. Op de 11e zet ging hij een zijvariant in, die ik zeer oppervlakkig bekeken had. Het werd op één zet na een foutloze partij van mijn kant. Één troost: die fout was eerder gemaakt door een GM. Tot mijn verbazing bleek na afloop dat we 24 zetten lang de partij Brendel-Tischbierek hadden gevolgd! 

  Minko, Dmitry (2169) -   Brouwer, Dennis (2179), 2019.04.11

Toen na afloop bleek dat de eerste 24 zetten in de database terug te vinden waren, leidde dat tot een afkeurende reactie van mijn vaders kant: “Dat is toch geen schaken meer!” Tsja, we hebben de meeste zetten wel zelf bedacht en als je goede logische zetten doet, kan het gebeuren dat een IM en een GM die eerder gedaan hebben.

Met een score van 6,5 uit 7 tegen de rest van het veld lijkt het alsof het toernooi van een leien dakje ging, maar dat was zeker niet het geval. Mijn concurrenten deden het ook goed, met name Andreev, waar ik de vierde ronde van verloor: 

 

  Andreev, Stanislav (2140) -   Brouwer, Dennis (2179), ????.??.??

Op het moment van opgave waren we als laatsten bezig in de toernooizaal. “What a fight!”, verzuchtte de sympathieke Bulgaar. Andreev had zich hersteld na een uitglijder in de eerste ronde tegen de 19-jarige Turk Yungcu (de laagste ratinghouder, maar hij bereikte een knappe vierde plek) en scoorde in de volgende zes rondes vijf en een halve punt. Dat halfje liet hij in de zesde ronde liggen in het duel met Zherebtsova, waardoor ik me bij de koplopers kon voegen.  

Stanislav Andreev. De Bulgaarse Hercules

In de zevende ronde remiseerde Alexandra met Constantijn I, waardoor Stanislav en ik alleen aan kop stonden. Gezien het onderlinge resultaat (dat beslissend was bij gelijk eindigen) en het gegeven dat mijn laatste twee tegenstanders beiden 100 ratingpunten meer hadden dan die van hem, schatte ik mijn kansen op de titel niet hoog in. Maar de achtste ronde gebeurde het dan toch: Ik won soepel van Shukan en Andreev leek ook te gaan winnen.  Maar in een eindspel van loper en 4 pionnen tegen paard en 3 pionnen hield Constantijn II lang stand en in de late uurtjes verslikte Andreev zich en was de remise een feit. Eindelijk was ik alleen koploper. En dan kwam nu de langverwachte confrontatie met Zherebtsova, die opnieuw een halfje had gemorst (in een Schots vierpaardenspel tegen Minko) en waar ik al sinds de derde ronde, toen we beiden aan kop stonden tegen aan zat te hikken. Stand na acht ronden: 1. Brouwer 6.5, 2. Andreev 6, 3. Zherebtsova 5.5. 

Bij winst in de laatste ronde, die om 11 uur zou beginnen, had Zherebtsova evenveel punten als ik en gaf het onderlinge resultaat de doorslag. Maar eigenlijk was ze vrij kansloos voor de titel, omdat op basis van het aantal gewonnen partijen Andreev bij gelijk eindigen met de titel aan de haal zou gaan. Voor mij was remise misschien voldoende als Andreev niet wist te winnen van Cmiel. Die partij hield ik dus de volgende dag nauwlettend in de gaten. Alexandra was een opvallende verschijning. Ze had blauwe lokken in haar haar en verscheen elke dag in een nieuwe opvallende outfit met dito makeup. Bij het diner die avond, zat ik met mijn vader aan het raam en zij nam plaats op een tafeltje met uitzicht dwars op dat van ons, ik vond het ongemakkelijk. Mijn vader was bezig met zijn mobieltje en dronk op zijn gemak een wijntje. Ik wilde hem aansporen om daarmee haast te maken, maar ik wilde naar haar toe niet uitstralen dat ik me ergens zorgen om maakte en besloot niet vroegtijdig de tafel te verlaten, maar “ontspannen” achterover leunend af te wachten tot dat wijntje op was.  

Alexandra Zherebtsova

De voorbereiding op deze partij was niet optimaal. Uit de database bleek dat ze 3 verschillende serieuze systemen tegen de Grünfeld had gespeeld. Gezien het belang van deze partij, besloot ik  om die allemaal goed te bekijken. In de tweede ronde had ik blijk gegeven van gebrekkige kennis in de variant met 4.Lg5 en daar keek ik ook nog even naar. Ik had er wel de tijd voor: ik was vroeg klaar die dag. Ook had ik het studiemateriaal allemaal klaarliggen. Om 12 uur was ik klaar met de voorbereiding, maar werd om 4 uur wakker en kon toen tot 8 uur de slaap niet meer vatten. Het was niet zo dat ik om 11 uur compleet gebroken achter het bord verscheen, maar het was in deze situatie wel prettiger geweest als ik had terug kunnen vallen op een ander systeem dan de Grünfeld. Nu had zij ook weinig aan een remise, maar het is bij de voorbereiding wel demotiverend als je in je file op lange varianten stuit, waarin je eeuwig schaak kunt maken, terwijl je remise wil vermijden. Met de kennis van achteraf had ik beter een serie op Netflix kunnen bekijken, want ze speelde een zijvariant.   

  Zherebtsova, Alexandra (2203) -   Brouwer, Dennis (2179), 2019.04.14

Een anticlimax, maar daar was ik natuurlijk niet rouwig om. Met een score van 7 uit 9 (TPR 2305) was ik nu dus amateurkampioen van Europa. Een paar jaar geleden kwam ik voor het eerst op het idee om mee te doen aan een WK voor amateurs (het werd dus uiteindelijk een EK). Het is gebruikelijk dat je als actieve schaker als twintiger je hoogste rating haalt en daarna weinig vorderingen meer maakt (“Elk jaar een kilo erbij en 10 ratingpunten eraf”, hoorde ik eens iemand over zichzelf grappen) Ik had behoefte aan een realistisch doel om gemotiveerd te blijven. Het nastreven van een hogere rating is wat vluchtig (waar zijn die 50 punten ratingwinst van vorig jaar gebleven?) en daarbij vind ik het ook vervelend om altijd met rating bezig te zijn. Tijdens dit toernooi had ik meer het idee met iets “zinvols” bezig te zijn, zoals vroeger de regionale en nationale jeugdkampioenschappen dat voor me waren. Misschien ga ik in de toekomst nog eens aan zo’n EK of WK meedoen of over een paar jaar aan een seniorenkampioenschap. Ik had er lang naartoe geleefd en moest er erg aan wennen dat het voorbij was en dat het ook nog succesvol was verlopen. De dagen daarna reflecteerde ik zo af en toe op het toernooi en dan zat ik ineens weer terug in de speelzaal een lastig eindspel te keepen. Dan moest ik bij wijze van spreken even met mn hoofd schudden. “Ah, het is voorbij!”.  Bij de prijsuitreiking wachtte me nog een aangename verrassing. Iedereen werd verzocht op te staan en het Wilhelmus klonk uit de speakers. Mn’ vader wilde er een filmpje van maken met zijn mobiel. Dat filmpje is mislukt, maar U gelooft het vast zo ook wel. 

Benauwde overwinning voor Caissa 1
door
Ondanks twee leeggelaten borden van Vianen kwam Caissa 1 in de Meevaart niet verder dan een kleine 5,5-4,5 overwinning. Met nog twee ronden blijft er daardoor enige hoop op de titel. HWP Haarlem zullen we moeten verslaan en Oud Zuylen zal wat moeten laten liggen. Dat behoort zeker tot de mogelijkheden.

Dankzij onze kopman Dimitri staan we dit seizoen elke wedstrijd met 1-0 voor(6 uit 6 tot nu toe!). Maar deze wedstrijd viel dat wel erg letterlijk te nemen. Zijn tegenstander (en die van mij) kwam namelijk niet opdagen. Hun namen werden opgelezen door de arbiter, maar de stoelen bleven leeg. De spelers van Vianen bleven allen onverstoord achter hun bord zitten tijdens het eerste uur. Aangezien het om de twee hoogste zwartborden ging, die waren leeggelaten trokken enkele pientere geesten de conclusie dat het hier opzet betrof en dat onze tegenstanders zich niet in één of andere file bevonden. De arbiter wist van niks. Ik haalde een kopje thee en keek wat rond bij de openingsfase van de andere 4 Caissa-teams. Hopelijk kunt u in een verslag van het 2e wat teruglezen over de partij van Paul Hummel, want wat daar gebeurde was opzienbarend. Ik kreeg nog het advies om de openingsfase niet te snel te spelen, mocht mijn tegenstander alsnog arriveren. Rustig blijven. Met nog 7 minuten te gaan kwamen de berichten dat uit goede bron vernomen was dat de spelers niet zouden komen. Dat bericht bestond al langer, maar mijn teamgenoten wilden me niet blij(?) maken met een dode mus. 

Om 14:00 was de 2-0 een feit. Weer wat geleerd: De partij wordt gewonnen verklaard als de tegenstander een uur na de afgesproken begintijd niet is komen opdagen. Dat de klokken pas om 14:10 zijn ingedrukt is dus niet van belang. Achteraf bleek dat de betrokken spelers de voorkeur hadden gegeven aan een snelschaaktoernooi in Westfalen. Waarom de teamleider van Vianen deze spelers wel heeft opgesteld terwijl hij wist dat ze niet zouden komen is me een raadsel, hopelijk is hier sprake van een misverstand. 

Dimitri toog huiswaarts om in het vierde speeluur weer terug te keren. Ik woon meer meters bij de Meevaart vandaan en besloot me toe te leggen op verslaggeving, advisering en ravitaillering. Ravitaillering is een term uit de wielrennerij en houdt in dat dat ik in de Sumatrastraat een broodje halfom en een broodje jonge kaas heb gehaald voor Arno. Hoe de partij van Arno was verlopen zonder dat broodje halfom zullen we nooit weten, maar ik vermoed dat ik hier een beslissende bijdrage aan de overwinning heb geleverd. 

Twee keer werd me om advies gevraagd bij een remiseaanbod van de tegenstander, door Alje en Enrico: hoe stond het aan de overige borden? In beide gevallen moest ik het antwoord schuldig blijven. Inmiddels hadden zich namelijk donkere wolken samengepakt boven de stellingen van meerdere teamgenoten en was het duidelijk dat het ondanks de gratis 2-0 voorsprong geen makkelijke middag ging worden.  Een einduitslag rond de 5-5 leek het meest waarschijnlijk. In beide gevallen hield ik me op de vlakte. Gelukkig namen Alje en Enrico (achteraf bezien) de juiste beslissing. Alje door verder te spelen en Enrico door zijn tegenstander de hand te schudden.

Bij Hans op bord 1 en Cor op bord 10 waren de eerste problemen ontstaan. Hans kwam in een eindspel terecht waarin verder weerstand bieden zinloos was en moest het hoofd buigen.  Cor kreeg in een Sveshnikov na f5-f4 een aanval te verwerken. Hij werd gedwongen een kwaliteit geven voor een pion om het gevaar af te wenden. Arno kreeg tegen Ornett Stork een onorthodoxe opening tegen zich (1. d4 Pf6 2. Pc3 d5 3. Lf4) en ik maakte me -misschien onterecht- wat zorgen om de resulterende stelling. Toen ging het ineens mis bij Juan. Tegen Ivo Stork was uit het Koningsindisch een soort versnelde draak ontstaan. Door een slagenwisseling veranderde het karakter van de partij, zwart nam op e4, wit op b6.  Het resultaat van deze verwikkelingen was een slechte stelling voor Juan. En aan onze kant leek verder weinig positiefs te melden. Robert en Alje hadden beiden iets betere stellingen en dat was het zo’n beetje. Enrico misschien? Die had in een Leningrader met wit pion e4 tegen f5 geruild, maar het leek hem niet echt voordeel op te leveren. En toen zijn tegenstander remise aanbod stond hij misschien zelfs wat minder. Ik was in deze fase niet de enige die vreesde voor een verlies van Caissa, wat met de twee gratis bordpunten extra pijnlijk zou zijn.

In het vierde speeluur werd de wedstrijd (zoals zo vaak) beslist. Het werd aanvankelijk nog erger dan vermoed, want Michael, wiens stelling steeds in balans was, kreeg onder tijdsdruk wat lastige vragen te beantwoorden en greep uiteindelijk gruwelijk mis, waardoor de stukken direct in het doosje konden. Bij Juan was een spannende stelling ontstaan nadat hij in een alles-of-niets poging een pion had geofferd. Uiteindelijk werd het niets. 3,5-2,5 achter met een slechte stelling voor Cor. Maar toen ging het ineens crescendo. Robert won een stuk, nadat zijn tegenstander onder de druk bezweek. Alje (die de hele partij een aangenaam tijdsvoordeel had) wikkelde af naar een gewonnen dame-eindspel (De gedachte dat Alje in Venlo ook een gewonnen dame-eindspel had drukte ik snel naar de achtergrond). Alje won overtuigend. Beslissend voor de overwinning bleek uiteindelijk de partij van Arno die voor de toeschouwers ook het meest boeiend was. Na de eerste tijdcontrole trok de volgende stelling veel bekijks. 

Wit had een pion geofferd op de koningsvleugel voor wat aanvalskansen. Dat zag er in de tijdnoodsfase spannend uit, maar het werd al snel duidelijk dat Arno in ieder geval remise door eeuwig schaak kon bereiken. Na een kwartier denken speelde Arno de zet 41..Tc6-c2+!

 

  Stork, Ornett () -   Bezemer, Arno (), ????.??.??

Tel bij deze drie overwinningen de twee gratis bordpunten en de remise van Enrico op en de 5,5e punt is een feit. Cor was als laatste bezig, maar uiteindelijk was het eindspel met een kwaliteit minder niet te houden. 

Een krappe overwinning dus, waardoor een sprankje hoop op het kampioenschap behouden blijft.

Met dank aan Willem Grünbauer voor de foto’s

Leerzaam eindspelfragment
Eijgenbroodtoernooi 2017
door
In de tweede ronde van het Eijgenbroodtoernooi 2017 ontstond in de partij tussen Maarten Hoeneveld en Sven Pronk het volgende interessante moment.

Zwart is aan zet:


Stond de witte koning op g5, dan had zwart met 1..Ta6 de welbekende stelling van Philidor kunnen bereiken: Zwart doet dan torenzetjes op de zesde rij, totdat wit de pion vooruitschuift, waarna zwart de toren omspeelt om vanuit de rug schaak te bieden. Omdat wit f6 heeft gespeeld ontbreekt het de koning aan een veilig heenkomen. Mocht u niet bekend zijn met de stelling van Philidor, dan loont het wel de moeite om het eens goed te bestuderen. Al te moeilijk is het niet. Het eindspel toren en pion tegen toren komt vaak voor en kennis van de stelling van Philidor is in veel gevallen voldoende en noodzakelijk om remise te maken.

Hier is het echter te laat om de stelling van Philidor in te nemen. Na 1..Ta6+ 2 f6 heeft zwart geen tijd om de toren naar g2 te spelen, wegens 2..Ta2? 3. f7+ Kf8 4.Th8 en wint. Zelf dacht ik hier dat zwart er het beste aan deed om 1..Tg2+ 2. Kf6 Tf2 te spelen. In de 19e eeuw werd deze wat ingewikkelder verdedigingsmethode met de toren in de rug door Horwitz & Kling ontdekt. Kennis hiervan is bijvoorbeeld belangrijk om het eindspel toren en dubbelpion tegen toren remise te houden. En hier leek het me ook belangrijk, omdat het te laat is voor “Philidor”, maar ik had wat over het hoofd gezien. De partij ging als volgt verder:

1..Ta6+ (“verliezend”, dacht ik toen) 2. f6


Er volgde nu 2.. Tb6 3. Tc4 Tb8 4. Tc7 Ta8 5. Tg7+ Kh8 6. Th7+ en wegens 6..Kg8 7. f7+ Kf8 8. Th8+ gaf zwart hier op. Een standaard winst, zo leek het. Zwart had zich in bovenstaand diagram echter kunnen redden met een listige patwending: 2..Ta7! 3. Tb4 Tg7!! Na 4. fxg7 is het pat. En na 4. Kf5 Tg1 volgen weer schaakjes à la Philidor.

Deze fraaie wending is in alle boekjes over toreneinspelen te vinden, maar was me even ontschoten. Hopelijk blijkt hier de praktijk – al is het die van iemand anders – een betere leermeester.
De hele partij is te vinden op de eigenbrood website: http://www.eijgenbrood.nl/index.php/partijen/