Eindelijk, eindelijk. Voor het eerst in negen jaar een goed Corusschaaktoernooi. En hoe goed! De score 6½ uit 9 in 2A (TPR 2272) was voldoende om de groep met een punt voorsprong op mijn naam te schrijven. Het was een sterke groep, waarin alle spelers goed aan elkaar gewaagd waren.
Het hoogtepunt was de laatste ronde, die ik met een halfje voorsprong op twee achtervolgers inging. Zelf speelde ik met zwart tegen één van de twee achtervolgers. Mijn tegenstander moest dus winnen. En hij deed er werkelijk alles aan om te winnen. Het leverde een prachtig gevecht op wat de volle zes uren zou duren. In die zes uren gebeurde van alles: een krankzinnig stukoffer, een moordende aanval, een waanzinnige verdediging, twee keer enorme tijdnood, doorlopende vrijpionnen, opgesloten paarden en torens en een fluwelen eindspel.