In Memoriam Jan Timman
DE GENIALE SCHAKER
door
Hij was springlevend, toen ik hem in Arnhem thuis opzocht. Hij vertelde met glinsterende ogen dat hij zo geboeid was door eindspelstudies. Van het schaakspel natuurlijk. Zijn bureau was bezaaid met varianten, schaaknotities die bij nachtelijke invallen genoteerd waren op papiertjes. Aan de muur hingen zettenreeksen, op de vier-en-zestig velden uiteraard. En ook op de hoeken van de grond zag ik notatiebiljetten, van schaakwedstrijden, nogal wiedes.

Hij lachte niet verontschuldigend, maar hij was trots op zijn arcanum. Een arcanum, dat is een kamer grote geleerden die hebben. Zijn nieuwe boek naderde de voltooiing en hij glunderde gefascineerd toen hij mij er een voorproefje van voorspeelde op het bord.

Jan Timman (1951 – 18 februari 2026) en ik kenden elkaar onvermijdelijk van het schaken. Als gemeenteraadslid had ik eens een voorstel ingediend om het schaken in Amsterdam te promoten en Jan verscheen op de tribune, samen met onze gezamenlijke vriend Hans Ree. Ik dacht, waar haalt die grootmeester de tijd vandaan, maar hij bleek altijd te vinden voor acties voor het schaken, ook tegen tegenstanders die in het oneindige schaakuniversum nietig waren.

Hij speelde bijvoorbeeld simultaan in café Eik en Linde, als onderdeel van de verkiezingscampagne van De Groenen in 1994 en verpletterde mij door onverwacht mijn paard op f6 te slaan waardoor ik een lelijke dubbelpion kreeg die de harmonische ontwikkeling van mijn stukken in de weg stond. Hij grinnikte, ja hij won altijd, elk toernooi, altijd, overal. Vanaf zijn elfde. Hij gleed al wiskunde studerend in het beroepsschaken en reisde van toernooi naar toernooi om prijzen op te halen en daarvan te leven.

Toen ik hem on Arnhem bezocht, omstreeks 2008, nodigde hij mijn vrouw en mij uit om ergens in een restaurant in het groen wat te eten en hij betaalde. Kon hij makkelijk doen zei hij, want hij had nu een contract met de schaakclub in Wageningen en die betaalde hem goed. Ik begrijp nu ook waarom die club zo groot en sterk geworden is, Jan heeft hen bezield.

DE GEHEIME HIJ

Jan was na Max Euwe, die in 1935 wereldkampioen werd door de legendarische Alexander Aljechin te verslaan, de beste Nederlandse schaker ooit. Als je hem zag kreeg je direct zin om te schaken, maar ik durfde het hem niet voor te stellen want hij speelde al zoveel en waarom zou hij zich dan ook nog vermoeien met een amateur? Hij bezocht mij op mijn ziekbed, toen ik eens een arm gebroken had, met zijn vrouw Geertje. Gezellig, ik vroeg hem naar Laurie Langenbach, een vriendin van mij, die eens hopeloos verliefd op hem was.  Hij beaamde het verhaal bescheiden, maar hij had had zijn stille aanbidster nooit ontmoet. In die tijd had hij al een ander. Ilse Dorf, die hij bij kunstenaarssociëteit De Kring op het Leidseplein in Amsterdam had leren kennen.

Hij was een knappe jongen met lang, krullerig haar, maar zijn aantrekkingskracht op vrouwen moet toch in de eerste plaats door zijn intelligente uitstraling zijn geweest. Dat blijkt ook wel uit Lauries roman ’Geheime Liefde’, een intiem en onthullend boek, waarin hij de ‘geheime hij’ is, zij hield zijn naam fijn apart voor haar droomleven.

Fijn dat schakers zoiets overkomen kan, je verwacht dat niet als je stilletjes, slechts met het kalme tikken van de schaakklokken achter het bod zit.  Hij was een van die schakers die er de oorzaak van was dat schaaktoernooien ook bezocht werden door vrouwen die niet kunnen schaken, maar uitsluitend daar rondsluipen om denkende mannen te zien, die zich met het hoofd onder de handen uitputten in hun denkkracht om andere denkende mannen te verslaan. Ja, ik weet zeker dat ze in de jaren zeventig vooral om hem naar schaaktoernooien trokken, Laurie was een van hen. Misschien is dat nog wel zo en hebben de schaakgroupies van toen portretten van Jan opgeslagen in hun digitale fotoalbums.

JAN STOND KASPAROV REMISETJE TOE

Jan was bescheiden maar ongelooflijk sterk. In 1091 stond hij op de wereldranglijst op nummer twee, achter Kortsjnoj. Tien jaar later werd hij de officieuze wereldkampioen rapidschaak door achtereenvolgens de wereldkampioenen Kramsky, Anand en zelfs de reus Kasparov te verslaan, met 11/2- ½. Hij had Kasparov genadig een remisetje toegestaan. Wel ja! Wij stonden allemaal paf van zijn kracht en hulden toen hij in een match om het officiële wereldkampioenschap van de saaie Sovjet-schaker Karpov verloor. In mijn ogen was Jan de echte wereldkampioen, want hij speelde met stijl, met fantasierijke aanvallen en offers, partijen die door duizenden schakers worden nagespeeld en hen in extase brengen.

De laatste keer dat ik hem zag was in het casino in Amsterdam, hij speelde daar tegen 24 clubspelers simultaan. Ik was uit op wraak, mijn zwarte dame zwiepte driemaal heen en weer van de ene hoek van de lange diagonaal naar de andere om zijn witte koning te bestoken, maar verder dan tot eeuwig schaak kwam zij niet. Jan stak een speelse hand naar mij uit. Remise. Hij was bescheiden sympathiek maar niet minder geniaal. Hij was geen praatjesverkoper zoals Jan-Hein Donner, maar een ingetogen leermeester, ook in de omgang. Wat een geluk om zó’n man te hebben gekend. En wat een verlies, hij was nog maar 74 jaar.

  1. Albert Riemens

    Albert Riemens zei op :

    Mooi verhaal Roel, dank voor dit te delen op de Caissa website. Laten we hopen dat in de reeks Max Euwe en Jan Timman een nieuwe Nederlandse topper in aankomst is.

Reactie achterlaten