Gari Kasparov pleit voor schaken in de klas
door

Voormalig wereldkampioen schaken Gari Kasparov is in Nederland om in Kerkrade een prijs een ontvangst te nemen. Vanwege zijn inzet voor het welzijn van kinderen. De schaakgrootmeester streeft ernaar om schaken als een officieel vak op scholen in te voeren. In de rapportage van EenVandaag aandacht voor schaaklessen die op Amsterdamse scholen wordt gegeven.

Bekijk de video (EenVandaag, 17-11-2012)

 

Caïssa XIII delft het onderspit tegen De Wachter II: 2,5 – 5,5
door

Complimenten voor de enige winstpartij van Roel, en de verdienstelijke remises van Marcel, Andre en Dick. En een schouderklop voor alle teamgenoten omdat we zo opgewekt ten strijde zijn getrokken. Roel heeft reeds zijn excuses betuigd over het uitblijven van het verslag van onze vorige wedstrijd, en gaat dat nu helemaal goedmaken met een verslag van deze wedstrijd met uiteraard veel aandacht voor zijn eigen spectaculaire winstpartij.

De uitslagen waren als volgt:
Bord 1: Debbie Nieberg (zwart) 0
Bord 2: Peter van der Vlis (wit) 0
Bord 3: Leneke Visser (zwart) 0
Bord 4: Dick van Dam (wit) 1/2
Bord 5: Anneke Wiggelendam (zwart) 0
Bord 6: Andre Timmer (wit) 1/2
Bord 7: Marcel Roelofs (zwart) 1/2
Bord 8: Roel Polak (wit) 1

Caïssa 11 verliest in vesting Weesp
door

Uit tegen Weesp, altijd lastig.

In nieuwe samenstelling trad Caïssa 11 afgelopen dinsdag ietwat weifelend aan op het Waagplein in Weesp. De helft van het team speelde vorig jaar nog in de 4e klasse, maar door het wegvallen van een ander team in de SGA mocht Caïssa een team doorschuiven naar de 2e klasse.

Achter het bord bleek het krachtsverschil toch redelijk oncer controle gehouden te kunnen worden, hoewel de uitslag anders doet vermoeden: het werd 6½ – 1½ voor de Weesper Schaakclub. Alleen Matthijs de Feber haalde een vol punt binnen. Zelfs de twee invallers Jorge en Gerold konden het tij niet keren.

Hoe de partijen precies verliepen is na te lezen op de website van WSC (inclusief de belangrijkste zetwisselingen per partij), met dank aan Peter Wijnand.

 

De verwachting was: we winnen met 8-0. Wat een hoogmoed!
door

Het pakte totaal anders uit.

De tegenstander -Caïssa 14- had enkele erg goede invallers. Nog verrassender was dat het team Caïssa 14 op papier zwak was, maar ze speelden met veel vechtlust.

 

 

Zelf was ik -spelend op bord 8- verbaasd over de goede opening van mijn tegenstander. Opeens maakte ik een fout, die hem voordeel opleverde. Ik bleef rustig doorspelen, er van uitgaande dat hij ook een fout antwoord zou geven. Dat gebeurde ook en ik kon de partij met winst uitspelen.

Hetzelfde gebeurde op bord 4, maar onze teamgenoot bleef nonchalant spelen, verloor hierdoor zijn dame, die net gepromoveerd was. Hij had makkelijk kunnen winnen, maar wist het toch niet waar te maken.

Bord 5 moest echt knokken om te winnen.

Bord 7 speelde rustig en beheerst (en had al snel tijdvoordeel). De pionfinale eindigde in een overwinning. Het tussen haakjes geplaatste regeltje is van Dick.

Bord 6 had veel tijd, maar wist daar geen voordeel uit te halen. Hij had remise kunnen pakken, wanneer hij met zijn toren delaatste pion van zijn tegenstander had genomen met schaak i.p.v. zijn toren te ruilen met de dame.

Op afstand kon ik zien dat bord 3 geen moeite had met zijn tegenstander.

Bord 2 heb ik niet zien spelen, omdat de partij snel afgelopen was en dit leverde de eerst winstpunt voor ons team.

De boeiendste partij kwam van bord 1 met een sterke tegenstander;er werd tot de laatste seconde gespeeld en leverde uiteindelijk remise op.

De uitslag: Caïssa 12: 5 1/2 punt Caïssa 14: 2 1/2 punt

Hebben jullie hier nog iets toe te voegen aan dit verslag? Schroom dan niet.

Hier de opstelling van die avond hoe we hebben gespeeld:

Caissa 12 Caissa 14

Ti de Jong 1536 Gerold Huter 1568

Ed Leuw 1515 Jaap Tanja 1487

Wouter Egas 1512  Wim Wijnveen 1378

Pitt Treumann 1501 Jeanne Potters 1394

Steven Kuypers 1471 Tjerk Hoek 1215

Frans Oranje 1419 Pold Gomperts 1328

Dick Dolman 1336 Jan Wieringa 1000

Jorge D.Alarcón 1559 Jan v/der Pouw 1077

Gemiddeld 1481 Gemiddeld 1305

 

Reactie van Pitt:

Jorge, je had wel wat kritischer over mijn blunder mogen zijn!

Bijvoorbeeld: … maar onze teamgenoot ging zeer nonchalant spelen toen hij een pion had laten promoveren. Hij deed de enige zet die hij niet mocht doen: De dame liep stuk op een vork van een paard. Zijn woede over zijn blunder liet hij luidkeels merken, hetgeen niet onopgemerkt bleef.

Tegenschlemielen, de klokschaakklok en het flierefluitconcert
door

Iedere schaakschlemiel wil uit de aard der zaak de schaakschlemiel tegenover zich van het bord vegen, de vijandige koning in z’n zak stoppen en met een rechte rug en opgeheven hoofd tussen het handenschudden door gewoon weglopen. Maar voordat men de overwinning kan omhelzen moet men eerst drie en een half uur zich mentaal en emotioneel uithongeren en kaalplukken.

Men moet eerst een plan bedenken of het plan van de tegenschlemiel proberen te doorgronden, begrijpen. Er moet worden gecalculeerd en getaxeerd, misleidingen geconstrueerd, stukken geofferd worden, afgeruild worden, keuzes worden gemaakt eventueel een matnet geweven en als aan het eind na drie en half uur gepiep en geknars in het hoofd in gierende tijdnood ook nog een eindspel uitgevluggerd worden.

Aan tegenschlemielen geen gebrek daar in Amstelveen. Acht heren betraden de schaakarena. De bretels strak aangetrokken, de mouwen opgestroopt, potlood achter het oor. Wij, het 13e regiment der Caïssaïanen, zouden de bretels weleens even laten knappen en de oortjes laten gloeien dat de potloden tussen schedel en oorschelp zouden kromtrekken.

Uw oorlogscorrespondent van dit 13e regiment bericht vanuit zijn oorlogstent of daaromtrent.

Laat ik beginnen met de einduitslag: Caïssa – Pegasus: 5½ -2½.

20.00 uur. Startschot.

Aleks aan bord 1; opent met d4 en verliest van zwart met 3 dames op het bord.

En wederom wist hij publiek om zich heen te organiseren; wederom liet hij zien hoe de mens in zijn race tegen de tijd, gelijk een Philias Fogg, moet zien te overleven alle verheven schaakidealen ten spijt.

Aleks moet toch enige tijdnoodtolerantie hebben ontwikkeld daar hij in zijn vorige externe wederom tegen de tijd vocht. Maar het was hopeloos. Stukken vielen van het bord; handen grepen mis en de tijd die zich niets van als dat misbaar aantrekt, tikt door en door en door tot de vlag valt. Boem! Uit!

Jan aan bord 2; opent met e4, schaakt zich losjes naar de winst en is weer weg. Belangrijkere zaken. De man moest naar elders. Hij was even snel weg als Asterix na een gulle slok toverdrank terwijl zijn tegenstander met zijn hand boven het schaakbord bleef hangen in de verwachting die van onze Jan te kunnen schudden. Kapitein Leneke had weer wat om uit te leggen aan de man die zich zijn winnaar slechts zal herinneren als een wegstuivende stofwolk.

Maar onze Jean heeft het devies van ons 13e regiment ‘Veni Vidi Vici’ op grootse wijze vorm gegeven.

Aan het derde bord hebben zich taferelen afgespeeld waar Bobby Fischer tijdens het wereldkampioenschap schaken 1974 zijn vingers bij had kunnen aflikken (Rutte 2011).

Een sketch voor twee schakers en een klokschaakklok.

Jord opent met e4 en kreeg tot zijn genoegen e5 terug. Ik had van hem vernomen dat hij uit solidariteit met het Iberisch schiereiland met het Spaans zijn medeleven wilde betuigen door zich deze opening eigen te maken tot het Spaanse begrotingstekort tot onder de drie procent van het bruto binnenlandsprodukt is geraakt. Een goed plan, zie-ei ik tegen hem en dacht die is qua schaaktheorie voorlopig onder de pannen en Spanje kan in dier voege rustig haar economie op orde brengen. Jord loopt altijd een beetje rond, komt terug, doet een zet en loopt weer wat rond.

Na de 27e zet staat ie op loopt zoals gebruikelijk z’n rondje, komt terug en ziet zijn tegenstander met de klok onder zijn arm de wc invluchten. Zijn tegenstander een overijverige boekhouder met een handschrift en een schrijfdrift waar zijn notieboekje niet goed op berekend was. Dus, weg klok, weg tijd, weg de reeds gedachte tijd en weg de nog te denken tijd. Rumoer! Bij schaakwedstrijden is het niet gebruikelijk de pleuris te laten uitbreken of de stukken door de zaal te meppen als er zich iets ongeregelds voordoet. Maar als de tegenstander met de klok onder zijn arm, die niet eens zijn eigendom is, in paniek de speelzaal uitbeent om zich op het herentoilet op te sluiten, is er sprake van ernstige ontregeling. De kapiteins van beide schaakbataljons komen in vergadering bijeen terwijl Jord met de rug van zijn hand aan het voorhoofd op de achtergrond roept: Me klok, me klok, waar is me klok?!

We wisten natuurlijk ook niet of de klok op de wc gewoon zou doorlopen of dat de klokkendief iets met het mechaniek van plan was, want als je er met een schaakklok ervan doorgaat ben je tot alles in staat. Natuurlijk Jord kon van de weeromstuit geen nadere uitleg meer geven en al helemaal niet over zijn gevoelens op dat moment spreken. Uiteindelijk verzamelde zich een kleine menigte voor de wc-deur en heeft de portier annex conciërge en ook kantinehouder de juiste wc-deur opengebroken en de zwartspeler naar zijn stoel gedragen om de partij uit te spelen. Van de klok werd echter niets meer vernomen. Er werd een andere klok geïnstalleerd met geschatte bedenktijd voor beide combattanten. Jord was natuurlijk behoorlijk uitgespaanst. Hij ruilde de dames en bood ontredderd remise aan. De ware toedracht van deze historische gebeurtenis zal nooit meer te achterhalen zijn. Later hoorde ik nog een andere versie maar daarvan moest ik de geloofwaardigheid in twijfel trekken.

Leneke, bord vier. Daar hoort zij normaal niet te zitten, maar onze jongste flierefluiter Alexander. Maar Alexander de Flierefluiter was door zijn zaakwaarnemer naar een ander fluitconcert gedirigeerd dus Leneke kon naar hem fluiten. Volle moed was in El Capitano gevaren. Zij zou het vierde bord bespelen. En jawel hoor. E4 was die avond blijkbaar populair want ook Leneke met zwart zag het spel geopend worden met e4, waarop zij de e-pion recht op de mond kuste met e5. Nadat zij na vele externe ontmoetingen haar hoogopgeleide hoofd in haar schoot of in die van haar tegenstander moest leggen, gaf het vierde bord haar de zo vurig gewenste schaakvleugels. Na de twaalfde zet had ze zwart kreupel gespeeld. Kermend van de pijn liet zwart zich de dame van het bord eten, boog het hoofd en droop af. Gefeliciteerd. El Capitano zal niet meer van het vierde bord weg zijn te slaan.

Adjudant Wiggelendam zat naast haar kapitein aan het 5e bord en speelde óók e4. Wat is dat toch met die e4? Ze speelde de open F-lijn variant van het Siciliaans. Op de negentiende zet stond haar stelling als een huis met inderdaad het bekende beeld van de open F-lijn-variant: twee torens als geweldenaren achterelkaar in slagorde en haar witte dame moest nog even wat plooien op de C-lijn wegstrijken maar zou aanstonds ook op de F-lijn aantreden om de koning op F8 te onttronen. Maar zwart wilde dames ruilen. Niet ruilen kostte een pion maar wat is nou een pion met drie op één rij in de F-lijn-variant? e bent vrouw en je schaakt. Ga je dan dames ruilen of ben je loyaal aan je eigen dame – in psychoanalytische zin trouw aan jezelf – en denkt: ‘stik maar met je dameruil’; hier mat in drie!’ Met rode vlekjes in haar nek ging Anneke op de dameruil in. Na twintig minuten wikken, wegen en beschikken had ze haar pion gespaard maar had haar vrouwzijn opgeofferd.

Trwijl bord vier zonder klok zat  beschikten deze spelers nog wel een klok; zwart had nog vijf minuten, wit nog zesentwintig! Wat te doen voor wit? Antwoord: Niets, nada. De tijd werkt in je voordeel. Men hoeft niet eens een slecht mens te zijn om met zo’n voordeeltje op de loop te gaan. Maar zo zit de adjudant niet in elkaar. Haar tegenstander bood remise aan en ook hier geldt het Caïssaïaanse credo: ‘Stik maar met je remise, Watjo; ik wacht wel tot je door je klok gaahaat.’

Ze moet gedacht hebben: liever een eerlijke remise dan een zelfgenoegzaam en onbarmhartig wachten op de vlag; ½ -½.

Ome Dick zat aan bord 5.

e4 e5!!!

Nog warm van de eerste kloeke openingszetten en ome Dick was zijn mouwen al aan ’t opstropen om de Koninklijke veste te kunnen bestormen toen ie zag dat zwart’s centrumpionnen vreselijk geïsoleerd stonden. Maar hij liet de centrum- pionnen voor wat ze waren. Tactiek en strategie moesten het veld ruimen voor mannelijke hitsigheid. Ruim voor de eindtijd kwam hij tot bezinning but his noble art of self-defence behoedde hem voor een smadelijke nederlaag; ½ – ½. Na een schoon T-shirt en een schoon overhemd aangedaan te hebben kon ie volop genieten van de theatrale doodsstrijd van Aleks.

Ik zelf zat aan bord zeven. Normaal schudden de tegenstanders elkaar één keer de hand en begint de strijd. In mijn geval moest ik twee keer handen schudden. Mijn tegenstander was namelijk geen lid van de SGA en mocht daarom niet spelen. De regels zijn streng of ze nu uit Amsterdam of uit Brussel komen. Even gauw SGA-lid maken dat kon niet. Er moest een andere gekwalificeerde tegenschaker gevonden worden. Nu zijn de gekwalificeerde schakers in zoiets als in Amstelveen bijna niet te vinden. Die avond hadden ze er acht op de kop weten te  tikken, dachten ze. Het waren er maar zeven. Zeven schakende dwergen zonder sneeuwwitje. Het dertiende regiment heeft tenminste nog twee sneeuwwitjes. Waar haalt men zo gauw een gekwalificeerde dwerg vandaan om een potje schaak te spelen? Ergens moest er toch wel een tegenstander zijn die tegen mij mocht schaken? En ja, hoor. Uit de kantine werd een meneer opgehaald; hij had een startbrevet. Ondertussen had ik heel gemeen de klok al aangezet. Een heer op leeftijd die niet precies wist wat ervan hem gevraagd werd maar toen ik voor de tweede keer mijn hand uitstak ten teken dat wij samen een wedstrijd moesten spelen, begreep hij meteen wat de bedoeling was. Omdat zijn armen net iets te kort waren om de stukken netjes in het midden van het veld te plaatsen, had ik met hem een ‘ generaal touché ‘ betreffende het plaatsen van zijn stukken afgesproken. Tot mijn grote vreugde hoefde ik dat maar negentien keer te doen. Op de twintigste zet ging hij mat. Ik heb hem daarvan heel beleefd op de hoogte gebracht; maar verder een vriendelijke vent.

Nu dat punkjoch van een Alexander, onze benjamin. Hij moest elders een flierefluitconcert geven en kon niet komen. Alleen hij had dit niet verteld aan El Capitano. Het vierde bord was nu leeg. El Capitano zou zich aan het vierde bord zetten maar dan nog heb je een dwerg te kort. Leneke zoekt contact met het hoofdkwartier: ‘Hier het dertiende regiment in het buitengebied…….hoort u mij……..hoort u mij! Kunt u mij één soldaat sturen………… één van onze kanonnen zijn onbemand. Stuurt mij een soldaat……….maakt niet uit welke……anders hebben we op voorhand een nul…….ja, een nul!’

‘Ja, we sturen iemand’.

Wie kan je zo gek krijgen om op een dinsdagavond naar Amstelveen af te reizen om de troepen te versterken? Dat is minimaal een half uur fietsen.

Van alle driehonderd en veertig leden van Caïssa is er maar één die je daarvoor kan krijgen. Gezocht: Redder in de nood met een fiets.

Het was nu in ieder geval een probleem van het Roelof Hartplein.

Na drie kwartier kwam er een bezweet en luid pratende man met rugzak de speelzaal binnen: Tjerk! Het regiment was gered. De klok had al dertig minuten van zijn tijd weggetikt.

Zijn tegenstander die Tjerk niet kende schudde hem verbouwereerd de hand. Toen ging Tjerk pas zitten. Hij speelde met wit en opende ook met e4. Dat was de zesde met e4! Met dertig minuten achterstand en een toren voor kon de zwartspeler na een uurtje inpakken; 1 – 0 voor Tjerk.

Dat bracht de eindstand op 2½ – 5½ in het voordeel van het 13e Caïssaïaanse regiment ondanks drie buitengewoon merkwaardige gebeurtenissen.

Ik heb nu geen inspiratie meer voor een eindverslag van de speelse wederwaardigheden van ons team tijdens het seizoen 2011-2012. Toch heb ik die wel te boek gesteld alleen die jullie in het binnenkort uit te brengen Caïssa Nieuws kunt lezen.

Dit was uw oorlogscorrespondent. Hij heeft bericht vanuit zijn oorlogstent of daaromtrent. Ik dank u. Roel Polak.


Eerste verliespunt voor CAISSA XIII: 2½-5½ tegen Het Probleem
door

Hopelijk is iedereen een beetje bijgekomen van het verlies van de afgelopen externe wedstrijd. Het is natuurlijk jammer, maar ook wel overtuigend: 2 1/2 – 5 1/2. Dan mag je concluderen dat de tegenstanders beter waren. Dus we moeten nog even wachten op een eventueel feestje. Wij hebben nog één partij te gaan, tegen Pegasus, en onze tegenstanders van afgelopen dinsdag hebben nog twee wedstrijden te gaan tegen…..Caissa 12 en Caissa 14!! Als die nou hun beste spelers opstellen + hun beste reserves, wie weet wordt het dan nog wat.

De uitslagen zijn als volgt:

Bord 1 (zwart) Aleks Varnica 0

Bord 2 (wit) Jan Timmerman 0

Bord 3 (zwart) Jord Hendriks 1/2

Bord 4 (wit) Alex Harkamp 0

Bord 5 (zwart) Anneke Wiggelendam 0

Bord 6 (wit) Dick van Dam 0

Bord 7 (zwart) Roel Polak 1

Bord (8) (wit) Leneke Visser 1

CAISSA 13 opnieuw op winst: 5-3 tegen Almere 7
door

Het kan niet op. Terwijl velen van ons dertiende met hun gedachten in Wijk aan Zee waren, wisten we toch voor onze externe competitiewedstrijd tegen Almere met 8 spelers aan de start te verschijnen. Dat is op zich al een prestatie. Onze tegenstanders konden daar niet aan tippen en moesten het hele clubgebouw uitkammen op zoek naar invallers.

 

En dan hebben we nog gewonnen ook, op een redelijk makkelijke manier. Binnen de kortste keren haalde Alex het eerste punt binnen, gevolgd door Marnix Godding, Jan Timmerman en Dick van Dam. Toen Jord vervolgens ook nog remise kon aanbieden in een iets betere stand, konden we eigenlijk meteen weer naar huis. De winst was binnen. Maar dat is natuurlijk de eer van de tegenstander te na, en terecht. Roel en Leneke kregen daarom een nul om hun oren, maar Anneke trok dat weer in evenwicht door met een mooie remise onze winst te bezegelen.

De uitslagen op een rij:

Bord 1 (wit) Jan Timmerman: 1

Bord 2 (zwart) Alex Harkamp: 1

Bord 3 (wit) Jord Hendriks: 1/2

Bord 4 (zwart) Marnix Godding (invaller): 1

Bord 5 (wit) Leneke Visser : 0

Bord 6 (zwart) Dick van Dam: 1

Bord 7 (wit) Roel Polak: 0

Bord 8 (zwart) Anneke Wiggelendam: 1/2

Iedereen, en vooral invaller Marnix Godding, hartelijk bedankt voor de inzet en de prestatie. Als we zo doorgaan, volgt er nog een mooi einde. Maar laten we daar niet op vooruit lopen, en ons wapenen voor de strijd tegen het Probleem en Pegasus. Op 28 februari ontvangen we Het Probleem bij ons in huis. We zullen ze warm ontvangen….

 

Een gedenkwaardige veldslag met wisselende kansen van het Dertiende Regiment der Caïssaïanen
door

Rapportage van een gedenkwaardige veldslag met wisselende kansen van het Dertiende Regiment der Caïssaïanen
of
Ik denk dus ik schaak

door Roel Polak.

De grootste tegenstander in de schaakpartij is niet de tegenstander met wit of zwart; het is de twijfel, de Cartesiaanse twijfel.
Het is een gemeenplaats, uiteraard.

Hoe Aljechin altijd een gunstige stelling wist te construeren en uit te bouwen naar winst, hoe Botwinnik altijd streefde naar problematische stellingen, hoe Euwe altijd met zijn ijzige logica en de daaruit voortvloeiende consequenties kleine voordeeltjes wist om te zetten in winst of hoe Keres met een bliksemsnelle, niets ontziende ontwikkeling van zijn stukken op originele wijze wist te winnen toch moet twijfel voor deze schaakgenieën hun meest vileine tegenstander zijn geweest.
Heel veel grootmeesters worden geveld door de twijfel. Dus waarom zouden de strijders van Caïssa XIII dan niet twijfelen?
Het reglement voor de schaker erkent en voorziet in deze existentiële handicap: stuk aanraken is zetten. De zettende hand boven de stukken laten zweven als ware het een rituele bezwering is de uitdrukking van de ultieme twijfel. Terecht wordt dit magisch zweven boven het bord gezien als ongeoorloofd hinderen van de tegenstander.
Aleks kon zich tegen de verwoestende twijfel die zijn laatste zetten in tijdnood voor de voeten liep met winst bekronen. En Dick twijfelde zich met rode konen en onder zwaar hoofdgezwaai met de laatste zetten naar remise. Er stonden dan ook nog twee koningen op het verlaten bord, een paard en een loper.

Wat is toch die aanzuigende werking die schaakpartijen genereren als er in de tijdnoodfase, zoals bij Aleks en Dick, groepjes opdringerige mensen zich om een schaakbord positioneren om de laatste zetten van zo’n tijdnoodpartij van dichtbij mee te maken. Ik geloof dat er geen sport is waarbij toeschouwers en spelers zo dicht op elkaars lip zitten als bij schaken. Misschien denkt iedereen dan aan dammen maar sorry dan heb je het ook over dammen. Waarschijnlijk heeft die groepsvorming te maken met het getuige zijn van de overgang van het rationele schaken naar het driftmatige schaken in de tijdnoodfase. Dopemine en endorfine zijn opgebrand en de spelers zijn overgegaan op de agressieve brandstof ‘adrenaline.’
Dat wordt het duidelijkst gesymboliseerd in het stoppen met noteren als bij één van de schakers de laatste vijf minuten hebben geslagen voordat ‘de vlag’ valt; die meedogenloze onverbiddelijke vlag! De combattanten jagen elkaar op, geslagen stukken moeten plaats maken, de zettende hand heeft vrijbaan nodig, er worden dames verzameld want je weet maar nooit of er gepromoveerd moet worden. Men begint steeds harder op de klok te slaan. Schaken wordt met één hand gespeeld maar in tijdnood speelt men soms met twee handen. Alle mooie tactische- strategische plannen worden prijsgegeven aan de oerdrift. Goed doorrekenen, de eigen winstkansen taxeren of des tegenstanders kansen inschatten, de hele schaakinhoudelijke logistiek die in het middenspel de basis moet worden voor de winst is niet meer van toepassing. In die laatste fase is vechten voor je leven de enige mogelijkheid om niet roemloos ten onder te gaan. Maar de twijfel is en blijft je laatste tegenstander. Zo ook was het geval bij Aleks aan het eerste bord met zwart en Dick aan het zevende bord met zwart.
De aanzuigende werking van een eindspel in gierende tijdnood – één seconde nadenken voelt langer dan een hele schaakpartij – is voor toeschouwers alsof zij van zeer dichtbij getuige zijn van ‘iets’ onontkoombaars; iets dat ons leven een definitieve wending zou kunnen geven. In die situatie voelt men hoe het noodlot zich doet gelden als wij strijden in een race tegen de klok; de tegenstander is niet meer van belang. Het is alles of niets en daar moet je als serieuze schaker bij zijn. De twee partijen van Aleks en Dick hebben ons weer eens van zo’n Grieks drama doen genieten.
In het kader van dit type schaakpartij moet ik ook spreken over de catharsis. Zij is niet alleen het onmisbare element uit de Griekse tragedie zij is eveneens het onmisbare kenmerk van een zenuwslopende tijdnoodfase. Het is het moment dat het spel uit is en de uitslag daar. Even geldt geen winst, verlies of remise. Het spel is gewoon klaar, afgelopen.
Aan de andere zes borden werd gewoon geschaakt.
Zo is daar Jord, die zich betrapte op een vorm van revanchisme toen hij tegenover dezelfde tegenstander zat waarvan hij in een rapidpartij enkele weken geleden verloren had. Tijdens een koningsgambiet, waarop zwart het bekende dameoffer op de zesde zet brengt en waarna hij op de volgende zet deze dame weer terugwint, bleek wit ineens na het strijdgewoel met een toren minder op het bord te staan. Het verdere verloop van de partij kan het best met Jord’s eigen woorden geciteerd worden: ‘het koningsgambiet werd al snel via het Falkbeer-tegengambiet een kielhaal-gambiet’ en zo had zwart (Jord) na negentien zetten en drie kwartier spelen zijn revanche.
In mijn partij speelde de dames eveneens een rol van betekenis met een dramatische dimensie. Roel speelde met wit een soort Koningsindisch in de voorhand, waarbij hij de tegenstandster in de waan bracht een vernietigende aanval op de koningsvleugel voor te bereiden terwijl hij in werkelijkheid zwarts dame op de a-lijn op het oog had. Op de vierentwintigste zet gaf hij zijn toren, zwarts dame kon geen kant op. Sloeg de toren die gedekt stond door zijn dame. Dus damewinst. Ik zag meteen mat in zes voor wit. Maar zijn lot besliste anders. Drie zetten later was hij door al het gereken en alle andere rompslomp vergeten zijn eigen dame weg te zetten en zo explodeerde zijn winst voor zijn ogen. Zeer weinig tijd op de klok deed hem besluiten remise van zijn tegenstandster te accepteren.
Alexander jong en veelbelovend. Hij speelde met zwart en won gewoon. Van hem is mij niets bekend alleen dat hij jong is en de sterren van de hemel speelt. Door deze nieuwe aankoop van onze Captain is hij een substantiële aanwinst voor het Dertiende Regiment. Alexander ga zo door en de schaakwereld zal nog van je horen.
In een gelijkopgaande partij brak bij de altijd goedgemutste Jan T. de logische draad die hem meestal de weg naar winst moet wijzen. Maar zijn goedlachse humeur moet er de oorzaak van zijn geweest dat hij met een volle toren achter eeuwig schaak – ook zo’n onderwerp dat vraagt om een filosofisch licht – wist af te dwingen. Zwart kon blijkbaar toch niet winnen van een lachende tegenstander.
Tot slot de ‘chess-girls’ van onze op eeuwige roem jagende selectie; Leneke & Anneke. Captain Leneke tintelde van plezier met wit in een avontuurlijke stelling. Bij navraag bleek dat er voor beide spelers eerlijke kansen lagen verborgen onder een gecompliceerde stelling indien men het hoofd maar koel zou houden. Edoch, het koele hoofd van onze Captain was aanmerkelijk minder koel dan het koele hoofd van haar tegenstandster. U begrijpt het al: het koelste hoofd won deze zinderende schaakpartij. Toch heeft de Captain de hoop weer eens te winnen. Hoop, haarkleur en een goed humeur zijn, is uit onderzoek gebleken, de karakteristieken voor toekomstige winstpartijen. De rest is mazzel.
De laatste chess-girl Anneke zat met wit aan hetzelfde bord als haar ongelukkige tegenstandster: bord zes. Na de partij hebben ze gezellig nog wat zitten mutsen en drinken en nagepraat over de winst van Anneke na dertig zetten. Na zwevende handen, dameverliezen en ander reglementair ongemak het meest traumatische ongenoegen in de schaakpraktijk het aanraken van een stuk dat nou net niet gezet moet worden. De hand van zwart raakte achteloos het verkeerde stuk aan. Deze reglementaire fout wordt hard afgestraft. Men zal en moet spelen met het aangeraakte stuk ook als dat de oorzaak van een vroegtijdige dood tot gevolg heeft: …. en zo geschiedde. Wit kreeg vrij spel, open lijnen, vrije diagonalen en overal opgerukte pionnen. Zwart daarentegen had zich met pionnen en stukken vastgereden in de modder. Op zet dertig pakte voor zwart donkere wolken zich boven het schaakbord samen en moest deze zich het felle licht van de overwinning van wit laten welgevallen.
Zo kwamen de strijders van Caïssa’s Dertiende Regiment voor de derde keer op rij gelouterd en polonaise dansend van het slagveld met een eindstand van 5½ – 2½.
Eigenlijk hoeft de volgende wedstrijd tegen Almere op grond van de resultaten uit het verleden niet gespeeld te worden: Caïssa XIII gaat promoveren. Maar een uitje naar de polder is nooit weg. Einde.

 

Broedermoord in Huize Lydia: Caissa 14 – Caissa 13
door

Het was voor Caissa 13 weer een mooie avond in de 4e Klasse van de Schaakbond Groot-Amsterdam. Na de vorige ronde overtuigend van Caissa 12 gewonnen te hebben, moest Caissa 13 gisteren aantreden tegen broer Caissa 14 om onderling uit te maken wie er dit seizoen de sterkste is. Het Caissa 13 van dit seizoen was het Caissa 14 van vorig seizoen en om aan te tonen dat deze ruil niet zinloos was, moest er dinsdagavond door het nieuwe Caissa 13 gewonnen worden, anders was de ruil tevergeefs geweest. Extra druk voor de spelers dus. Het werd een geweldig gevecht met veel spannende momenten, vooral aan bord 2, 4 en 7.

 

 

Caissa 14 (1315) – Caissa 13 (1418) 2 – 6
bord 1: Marnix Godding (-) – Aleks Varnica (1568) 0 – 1
bord 2: Jaap Tanja (1448) – Jan Timmerman (1539) 1 – 0
bord 3: Jeanne Potters (1410) – Leneke Visser (1469) 1 – 0
bord 4: Wim Wijnveen (1341) – Jord Hendriks (1450) 0 – 1
bord 5: Jaap van Velzen (1437) – Alexander Harkamp (-) 0 – 1
bord 6: Tjerk Hoek (1212) – Anneke Wiggelendam (1411) 0 – 1
bord 7: Pold Gomperts (1362) – Dick van Dam (1377) 0 – 1
bord 8: Jan van der Pouw (1000) – Roel Polak (1112) 0 – 1

Aan bord 1 kwam na een gelijke opening ondergetekende tijdens het middenspel op materieel voordeel doordat Marnix zich op de damevleugel met toren en loper kwetsbaar opstelde en hierdoor niet adequaat kon reageren toen er in het midden een paard geslagen werd. Helaas keerde het tij niet meer voor Marnix en kon ondergetekende de partij geduldig uitspelen.

Veel zenuwslopender was de strijd op bord 2 waar de stelling van Jan toch lange tijd de beste mogelijkheden kende. De koning van zijn tegenstander stond lange tijd onveilig, met een open G-lijn voor zijn neus, maar door creatief verdedigend werk van Jaap kon Jan hier niet van profiteren en kreeg hij zelfs in de laatste minuten van de partij een verlies te incasseren.

Aan bord 3 gaf Leneke al vrij snel 2 pionnen cadeau aan Jeanne met het idee om deze later weer terug te winnen. Daar kwam het niet van. Na een paar uur spelen en een scheidsrechterinterventie rijker (bedankt Tony) waren bij haar alle stukken van het bord en had Jeanne nog 2 pionnen over.

Jord speelde op bord 4 een solide partij tegen ‘angstgegner’ Wim. Hij bouwde rustig op en kwam gestaag beter te staan. In tijdnood maakte zijn tegenstander een fout en behield Jord zijn 100% score in de competitie.

Aan bord 5 speelde Alexander misschien de beste partij van de avond, al leek in de beginfase Jaap nog licht beter te staan. Alexander besliste de partij met een fraaie en vernietigende aanval op de koningsvleugel, niet te houden voor zijn tegenstander. Alexander is de vervanger van Michiel van Eijken en als vaste speler aan Caissa 13 toegevoegd.

De snelste partij van de avond werd aan bord 6 gespeeld. Anneke kwam vrij snel gewonnen te staan door een fout van de tegenstander wat resulteerde in damewinst.

De spannendste en meest emotionele partij speelde zich af aan bord 7. Dick vertelde aan het einde van de lange strijd dat er eigenlijk niets goed was gegaan. Alle stukken stonden op verkeerde velden en hij stond vrijwel de gehele partij op achterstand. Een keer kroop Dick door het oog van de naald toen zijn tegenstander een matzet met zijn loper miste. Ook in het eindspel stond Dick achter… maar hij wikkelde de laatste combinatie beter af dan Pold en won de partij op doorzettingsvermogen. Dick na de wedstrijd: “Schaken kent alleen recht, geen moraal. Wie eenmaal een stuk losgelaten heeft, kan niet meer terug. Ook al betekent dat verlies in een totaal gewonnen stelling.”

Ook op bord 8 won Caissa 13. Roel speelde weer eens ouderwets sterk en won zijn partij van Jan, waar hij een week eerder in de interne competitie tegen Jan nog het onderspit moest delven. Dit keer heerste Roel met zijn torens op de 2e lijn, vlak voor de vijandige koning, waardoor de verdediging van zijn tegenstander bezweek. Maar dat dit voor Roel nog geen reden was om in een hosanna-stemming te raken, bewijzen zijn volgende relativerende woorden na afloop:

“Zoals je weet is winnen niet mijn sterkste kant van het schaken.
Ik voel mij echter beter thuis in het verliezen van schaakpartijen.
Het dragen van verlies geeft mijn inziens ook een veelzijder palet van beschouwing dan winnen.
De psychologie van de verliezer geeft in termen van psychoanalyse ludiekere analyses dan het stomme winnen.
Bij winnen hoeft de soldaat niets anders te doen dan te juichen over zijn eigen heldenmoed.
Nee, dan de verliezer!
Hij moet zich oprichten uit de dood en het spoor van vernedering en ontering omzetten in loutering.
Natuurlijk, het Ego van de verliezer krijgt een optater van jewelste en een knockout is zelfs niet utgesloten terwijl een explosie van pionnen, lopers, paarden en torens als in een striptekening door het mentale universum van de verliezer in alle richtingen van de vergetelheid verdwijnen.
Bij de winnaar niets van dat al. Alleen dat stofje dat wordt aangemaakt, is al waar de winnaar op zit kouwen en hem de illusie van de kortstondige euforie bezorgt.
De vernedering van een verloren schaakpartij, kost de verslagene dagen en nachten om weer op krachten te komen.
Zelfverwijt en schaamte zijn psychologische downers waarvoor maar weinig schakers geoutilleerd zijn om zich daarvan te bevrijden en zich de volgende keer weer achter het bord te zetten.
De winnaars lopen met opgeheven hoofd de speelzaal uit. Zij hebben geen keus; ze willen alleen maar winnen.
De verliezers hebben meer opties.”